Lezing van Machteld Huber in De Roode Hoed, op 13 apr 2017, verslag van Alexis de Roode. Overgenomen uit Foodlog.nl.

foto: Michiel Wijnberg

 

Het begrip positive health van Machteld Huber blijkt effectief om burgers te motiveren te werken aan hun eigen gezondheid. 

Het draaide in de Rode Hoed om positive health, een term van hoofdspreker Machteld Huber, voedingsonderzoeker bij het Louis Bolk Instituut en oprichter van het Instituut voor Positive Health (sinds 2015). Ze ontwikkelde het begrip als alternatief voor de oude gezondheidsdefinitie van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO. ‘Positive Health’ draait om veerkracht. Deze invulling blijkt goed aan te sluiten op de beleving van burgers, maar wordt inmiddels ook door medisch specialisten, de provincie Limburg, internationale collega’s alsmede de aanwezigen van het debat omhelsd. Het begrip blijkt effectief om burgers in beweging te krijgen en hun eigen gezondheid aan te pakken.

Kippenonderzoek
Machteld Huber was oorspronkelijk huisarts en werkte daarna 29 jaar als voedingsonderzoeker bij het Louis Bolk Instituut. Ze ontwierp haar alternatieve definitie van gezondheid als vervolg op haar promotieonderzoek naar de gezondheid van kippen onder verschillende voedingsregimes. Uit het onderzoek bleek dat kippen die biologisch voedsel kregen, een sterkere immuunrespons hadden wanneer ze aan ziekmakers werden blootgesteld. Haar onderzoek werd in 2010 gepubliceerd in het vooraanstaande British Journal of Nutrition. Ze kon echter niet wetenschappelijk concluderen dat deze kippen gezonder waren, omdat herstelvermogen niet onder de definitie van gezondheid valt.

Zo heeft de definitie geleid tot verregaande medicalisering van het bestaanMedicalisering van het bestaan
De definitie van de WHO uit 1948 luidt namelijk: “Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijk gebreken.” Volgens deze definitie is elke afwijking van volmaakt welzijn een vorm van ziekte, aldus Huber. “Zo heeft de definitie geleid tot verregaande medicalisering van het bestaan.”

Veerkracht centraal
Dat veerkracht geen rol speelt in de definitie, vond Huber echter een groter probleem. Daarom lanceerde ze in een vervolgpublicatie op het kippenonderzoek een nieuwe opvatting over gezondheid. “Gezondheid is het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven.” Het artikel haalde de omslag van het British Medical Journal. De nieuwe definitie is volgens Huber net zo breed als die van de WHO, maar dynamisch in plaats van statisch.

Na de illustere publicatie mocht Huber met steun van het Ministerie van Volksgezondheid onderzoeken of er in Nederland draagvlak was voor de nieuwe definitie en mogelijkheden tot operationalisering. Hieruit bleek dat de insteek goed aansloot bij de gezondheidsbeleving van burgers en vooral een handelingsperspectief bood. ‘In de definitie staat de mens centraal en niet de ziekte’, vonden velen.

In de definitie van Huber is gezondheid “het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven”. De gezondheidscriteria werden uiteindelijk in zes categorieën verdeeld:
1. Lichaamsfuncties (hoe het lichamelijk gaat)
2. Mentaal welbevinden (hoe het mentaal gaat)
3. Zingeving (of men het leven zinvol vindt)
4. Kwaliteit van leven (of men het leven prettig vindt)
5. Sociaal-maatschappelijke participatie (of men meedoet in de maatschappij)
6. Dagelijks functioneren (of het dagelijks leven goed verloopt)

Beleidsmakers slaan plank mis
Bij verschillende doelgroepen bleken grote verschillen te heersen in de waardering van deze criteria. Burgers vinden alle categorieën even belangrijk. En iedereen vindt lichamelijke functies belangrijk. Maar bij zingeving en sociaal-maatschappelijke participatie waren de verschillen groot. Met name beleidsmakers vonden dit totaal niet van belang. En dat is problematisch. Beleidsmakers zeggen immers steevast de patiënt centraal te willen plaatsen, die dit wél belangrijk vindt.

Het werkt
Hubers heeft positive health praktisch uitgewerkt. Burgers geven zichzelf in gesprek een beoordeling op de zes gezondheidscategorieën, wat een spinnenwebdiagram oplevert. Vervolgens mogen ze zelf aangeven wat ze willen verbeteren. Als hier vervolgens adviezen bij worden gegeven, blijken burgers echt in beweging te komen, aldus Huber. “En dan gaat de gezondheid op alle assen meebewegen.” Positive health is daarom een vruchtbaar begrip voor preventieve gezondheidszorg, iets waarvoor de gezondheidsdefinitie van de WHO geen houvast biedt.

Eerst Nederland, dan de wereld
Inmiddels wordt het model van Huber steeds breder omarmd, onder meer door de Federatie van Medisch Specialisten, die stelt in 2025 volgens dit gezondheidsmodel te willen werken. Limburg wil nu de eerste Positief Gezonde provincie worden. Zorgverleners worden er nu op geschoold. Ook in het buitenland is belangstelling, maar Huber verwacht niet dat de definitie van de WHO op afzienbare termijn aangepast zal worden. Ze wil zich nu eerst richten op Nederland. “Daarna komt de rest van de wereld wel.”

Alexis de Roode