De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen we de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met een bijzondere gast. Truus was niet betrokken bij de oprichting van de beweging, maar is een schoolvoorbeeld van wat Positieve Gezondheid in de praktijk kan betekenen in het dagelijkse leven.

Truus is 82 jaar. Een vrouw die volop in het leven staat en misschien wel beter dan wie ook laat zien wat Positieve Gezondheid kan betekenen.
Tien jaar lang zorgde Truus voor haar man. Vier jaar geleden verloor ze hem. Mensen om haar heen verwachtten dat ze na zijn overlijden in een groot gat zou vallen. En natuurlijk was er verdriet. Een leven samen viel weg.
Maar Truus bleef niet stilzitten.
“Als ik hem nu terug kon krijgen, zou ik meteen ja zeggen! Maar ik leef sinds vier jaar eindelijk weer!”
Een uitspraak die precies laat zien hoe Truus in het leven staat. Het verdriet om haar man is er nog steeds, maar daarnaast heeft ze opnieuw ruimte gevonden om te leven, te ontdekken en te genieten. Truus zoekt actief de mensen om zich heen op. In haar wijk doet ze regelmatig mee aan initiatieven en activiteiten. Ze ontmoet nieuwe mensen, bouwt haar sociale kring steeds verder uit en vindt het belangrijk om iets voor een ander te kunnen betekenen.
“Je hoeft niet alleen thuis te blijven en te vereenzamen. Er is zo veel wat wél nog kan, er zijn zo veel initiatieven!”
En dat wél kunnen, loopt als een rode draad door haar verhaal. Op een moment dat Truus het zelf even moeilijk had, zei iemand tegen haar: “Kijk eens naar wat er wél kan.” Die woorden bleven hangen. Truus liep naar buiten en keek om zich heen. Ze zag dat de bloemen begonnen te bloeien. Dat raakte haar: “Ik werd er emotioneel van. In zulke kleine dingen zit het geluk.”
Misschien is dat precies waar Positieve Gezondheid over gaat. Niet doen alsof alles altijd goed gaat. Niet het verdriet of de moeilijke momenten wegduwen. Maar juist kijken: wat is er, ondanks alles, nog wél mogelijk? Waar krijg ik energie van? Wat maakt mijn leven waardevol? En met wie wil ik dat leven delen?
Truus wacht niet af tot het leven naar haar toekomt. Ze gaat eropuit. Ze ontmoet mensen, staat voor anderen klaar, gaat regelmatig op vakantie en onderneemt volop. Ze zit geen moment stil. Haar geheim? Misschien wel haar blik op het leven.
Ze kijkt niet alleen naar wat ze verloren heeft, maar vooral naar wat er nog is. Naar de mensen om haar heen. Naar nieuwe ontmoetingen. Naar de activiteiten in haar wijk. Naar een vakantie om naar uit te kijken. En soms gewoon naar bloemen die weer beginnen te bloeien. Truus laat ons zien dat gezondheid veel meer is dan lichamelijk gezond zijn. Het gaat ook over meedoen, betekenis ervaren, genieten, verbinding voelen en zelf richting geven aan je leven.
En misschien heeft Truus daarmee wel een boodschap voor ons allemaal:
Blijf kijken naar wat er wél kan. Want soms zit het geluk niet in grote veranderingen, maar gewoon in de bloemen die ineens weer beginnen te bloeien.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen we de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met Esther Bloemen, die vanuit Zuyd Hogeschool vanaf het prille begin betrokken was bij het actiecentrum en een sleutelrol speelde in de ontwikkeling van scholing rondom Positieve Gezondheid in Limburg.

Esther Bloemen stapte het actiecentrum binnen via een omweg. Vanuit haar rol als onderzoeker bij Fontys Hogeschool, waar ze werkte aan gezamenlijke besluitvorming in de zorg, herkende ze meteen de verbinding met Positieve Gezondheid. Ze stak haar hand op, rolde erin en zou de beweging jarenlang van binnenuit mee vormgeven, later mede vanuit haar rol als hoofddocent bij Zuyd Hogeschool.
Hoe ben je bij het actiecentrum terechtgekomen?
“Dat zal eind 2015, begin 2016 zijn geweest. De provincie Limburg wilde vanuit de sociale agenda iets doen aan de achterstanden in de regio, maar dan op een andere manier: kijken naar mogelijkheden van mensen, wat wél kan, in plaats van focussen op beperkingen, problemen of onmogelijkheden.. Heel innovatief voor die tijd.
Ik zat toen bij Fontys Hogeschool in het lectoraat Exploring Healthy Behaviour en deed veel rondom gezamenlijke besluitvorming in de zorg. Dus toen de vraag binnenkwam van: wie wil meewerken aan een actiecentrum voor Positieve Gezondheid in Limburg, dacht ik meteen: dit past precies bij waar ik mee bezig ben. Ik woonde ook in Limburg, dus ik voelde me er dubbel bij betrokken.
Zo ben ik erin gestapt, terwijl ik van Positieve Gezondheid zelf nog niet echt een inhoudsdeskundige was. Pas toen ik in het actiecentrum zat, heb ik de training gevolgd. Machteld gaf zelf nog les, op het provinciehuis. Dat was wel heel bijzonder.”
Wat was jouw rol in het actiecentrum?
“In de eerste fase was het plan: drie jaar inspireren, drie jaar implementeren, drie jaar evalueren. Iedere maand organiseerden we een inspiratiesessie ergens in Limburg, van een bibliotheek en maatschappelijke organisatie tot allerlei andere organisaties. We vertelden het verhaal, altijd aangepast aan de context.
Elke sessie had een thema en een duo: een inhoudelijk expert vanuit de plek zelf, en wij vanuit Positieve Gezondheid. Zo deden we een sessie over Positieve Gezondheid binnen een gezin in crisis, met iemand die daar dagelijks mee werkte. Het publiek was heel breed: inwoners, professionals, mensen uit de reïntegratie. Dat was ook de bedoeling: niet alleen de zorg, maar de hele samenleving.”
Wie waren de belangrijkste samenwerkingspartners?
“In het actiecentrum zaten onder andere de GGD, Netwerk Noordelijke Maasvallei, Wonen Limburg, en vanuit onderwijs was ik aanvankelijk de enige. We kwamen om de twee weken bij elkaar op het provinciehuis: twee uur overleg, bespreken hoe de vorige sessie was gegaan, plannen maken voor de volgende, behandelen binnenkomende vragen, updates vanuit de organisaties.
IPH trok in die eerste fase het proces, mede gefinancierd door de provincie. Mieke was daarin heel bepalend, samen met Machteld als inhoudelijk anker.”
Waar ben je het meest trots op?
“Op het feit dat we in die eerste fase ontzettend veel mensen wisten te inspireren, terwijl het gedachtegoed nog zo nieuw was. Mensen werden enthousiast, maar zaten daarna ook wel met de vraag: het klinkt zo mooi en makkelijk, maar hoe doen we dit nu echt?
Precies die vraag leidde tot iets wat ik bijna uniek vind voor deze regio: een groot scholingsbudget waarmee we op grote schaal mensen konden trainen. Niet alleen de basistraining, maar ook een implementatietraining. De slag van willen naar doen is groot, en die scholing gaf daar een echte boost aan.
En dan de blended variant die we ontwikkelden. Ik hoorde van veel professionals: drie dagen uit de praktijk gaan, dat lukt me gewoon niet. Ik heb toen met Machteld overlegd of we een e-learning konden maken. Haar advies: een e-learning alleen is echt niet genoeg. Dus hebben we een blended variant gemaakt: de theorie via e-learning, de toepassing samen verdiepen in twee dagdelen. Die sloeg enorm aan. Laagdrempelig, betaalbaar, en breed inzetbaar in Limburg.”
Hoe kijk je naar de stand van zaken nu?
“We zijn zeker anders gaan kijken naar gezondheid, en dat vind ik mooi. Ik zie het vanuit onderwijs, vanuit studentbegeleiding, medewerkers beleid en in de gemeenten waar ik nu actief ben. Het speelt overal, niet alleen in de zorg.
Wat ik jammer vind, is dat je soms hoort: Positieve Gezondheid is een gepasseerd station, die hype is voorbij. Dan denk ik: dat is echt zonde. Want hoe houden we dit levend? Hoe zorgen we ervoor dat mensen de meerwaarde blijven zien?
En er is nog iets: veel professionals omarmen het gedachtegoed van eigen regie en kijken naar mogelijkheden, maar noemen het niet per se Positieve Gezondheid. Op zich is dat geen probleem, het gaat om het doen. Maar het spinnenweb en de instrumenten die er liggen, waarom zou je die dan niet gebruiken? Daar valt nog winst te halen.”
Welk advies heb je voor de toekomst?
“Onderzoek en doorontwikkeling. Aantonen dat het werkt, hoe en bij wie. Dat is wat de beweging levend houdt. We hebben in Maastricht de tool Positieve Gezondheid op de Tekentafel ingezet, waarbij burgers en professionals samen in gesprek gingen over herinrichting van een publieke ruimte. Hierbij vertaalden we Positieve Gezondheid naar de leefomgeving. Super waardevol traject waarbij mensen echt met elkaar in gesprek gingen. Maar dan is de vraag: hoe zorg je dat resultaten breed worden gedeeld, waar nodig doorontwikkeld en andere gemeenten inspireren om ermee aan de slag te gaan?
Een tool ontwikkelen is één ding. Maar als die daarna in een la belandt, bereik je niets. Hoe je het levend houdt, resultaten deelt en doorontwikkelt: daar liggen nog echt kansen.”
Is er een trendbreuk gerealiseerd in Limburg?
“In harde cijfers is dat heel lastig te meten. Maar ik denk dat we zeker een trendbreuk hebben gerealiseerd in hoe mensen ermee bekend zijn, en in hoe professionals naar gezondheid zijn gaan kijken. Ze noemen het misschien niet altijd Positieve Gezondheid, maar ze kijken wel anders. En dat is al een heel belangrijke stap.
Wat ik tot slot wil zeggen: we mogen trots zijn op het lef dat er destijds was. De provincie is dit aangegaan zonder garanties. Positieve Gezondheid was nog relatief onbekend en wat het zou opleveren, was onduidelijk. Maar ze geloofden erin en gingen het gewoon doen. Dat vind ik mooi. En laten we het nu niet laten liggen, want je bent er eigenlijk nooit. Je moet er energie in blijven steken om steeds een stapje verder te komen.”
Over Esther Bloemen
Esther Bloemen was vanaf de oprichting betrokken bij het actiecentrum Positieve Gezondheid Limburg, eerst vanuit het lectoraat Exploring Healthy Behaviour van Fontys Hogeschool, later ook vanuit het lectoraat Wijkgerichte zorg van Zuyd Hogeschool. Ze speelde een centrale rol in de ontwikkeling en uitrol van de blended scholing en de implementatiecoach training die op grote schaal in Limburg werden ingezet. Ze heeft een boek geschreven over Positieve Gezondheid; Leiderschap met Positieve Gezondheid als kompas en is betrokken bij de ontwikkeling van een meetinstrument gebaseerd op Positieve Gezondheid, de CPHQ2.0. Ook verzorgt ze nog trainingen over Positieve Gezondheid. Inmiddels is ze vanuit haar rol als onderzoeker, ook actief in een aantal gemeenten, zoals de gemeente Maastricht, waar ze Positieve Gezondheid toepast in beleid en praktijk.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen we de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met Lia Defauwes-Ferfers, die vanuit de Participatiewet te werk werd gesteld bij het Actiecentrum Limburg Positief Gezond en er jarenlang dé spil van de dagelijkse organisatie was.

Niet iedereen die een beweging draagt, staat vooraan. Lia Defauwes-Ferfers was de verbindende schakel tussen de provincie, de kernpartners, de ambassadeurs en het brede veld daarbuiten. Ze begon in oktober 2018 als projectassistente bij het toenmalige Actiecentrum Limburg Positief Gezond, op een bijzondere manier: te werk gesteld via de Participatiewet. Practice what you preach, zoals dat heet.
Welke rol had je binnen het actiecentrum?
“Die van projectassistente, maar eigenlijk was ik de spin in het web. De schakel tussen de provincie, de kernpartners, de ambassadeurs en de buitenwereld. Ik kon sparren met Bert Hesdahl en Nicole Bosman, die hier als beleidsmedewerkers voor waren ingehuurd. Wat voor mij heel bijzonder was, is dat ik vanaf het begin echt werd gezien en gehoord. Mijn mening deed ertoe en ik kreeg het vertrouwen om mijn eigen bijdrage te leveren. Dat gaf mij niet alleen vertrouwen, maar ook het gevoel dat ik écht van betekenis was binnen deze beweging.
In het begin organiseerden we de inspiratiesessies. Dat vond ik heel waardevol: het thema werd bepaald door het team, maar de organisatie lag grotendeels bij mij. Ik regelde onder andere de locaties en de catering, verspreid over Noord-, Midden- en Zuid-Limburg. Dat betekende ook veel afstemmen en zorgen dat alles op de avond zelf goed geregeld was.
De laatste inspiratiesessies in Zuid-Limburg vonden plaats bij kernpartner Zuyd Hogeschool. Ook daar zorgde ik op de avond zelf dat het klaslokaal helemaal klaarstond en zo was ingericht dat we de inspiratiesessie konden houden. Dat praktische organiseren en ervoor zorgen dat alles klopte, gaf me energie.”
Wie waren de belangrijkste samenwerkingspartners?
“Natuurlijk IPH. De provincie had de ambitie om de eerste Positief Gezonde provincie van Nederland te worden. Vanuit die ambitie ging men samen aan de slag. En dat was veel breder dan zorg alleen: Burgerkracht Limburg, beide GGD’s, Zuyd Hogeschool, Fontys, Blauwe Zorg, Maastricht UMC, Wonen Limburg. Allemaal kernpartners waarbij één of twee medewerkers echt betrokken waren om het gedachtegoed in Limburg te verspreiden.”
Wat betekende het voor jou om via de Participatiewet bij het Actiecentrum terecht te komen?
“Voor mij was dat best bijzonder. Na jarenlang bij een SW-organisatie te hebben gewerkt, werd ik via de Participatiewet te werk gesteld bij de provincie en vervolgens bij het Actiecentrum Limburg Positief Gezond. Dat voelde eigenlijk als een heel passende plek. Positieve Gezondheid gaat immers ook over kijken naar wat iemand wél kan, waar iemand energie van krijgt en waar iemand van betekenis kan zijn. Juist daarom sprak het gedachtegoed mij zo aan en voelde deze plek voor mij als een mooie nieuwe stap.
Ik kreeg de ruimte om mee te denken en verantwoordelijkheid te nemen. Dat heeft mij laten ervaren hoe belangrijk het is dat je iemand niet benadert vanuit zijn beperking, maar kijkt naar wat iemand wél kan en waar iemand energie van krijgt.”
Heeft het werken met Positieve Gezondheid ook iets met jou persoonlijk gedaan?
“Absoluut. Je gaat er zelf ook anders door kijken. Natuurlijk heb je allemaal je eigen dingen en momenten waarop het minder gaat. Maar je leert om niet meteen te denken vanuit het probleem. Je gaat jezelf andere vragen stellen: wat is voor mij belangrijk? Waar krijg ik energie van? Met wie wil ik verbonden zijn? En wat kan ik zelf doen?
Dat vind ik misschien wel de grootste kracht van Positieve Gezondheid: het is niet alleen iets wat je aan anderen uitlegt, het raakt ook jezelf.”
Waar ben je het meest trots op?
“Dat ik die spin ben geweest. Dat ik betekenisvol heb kunnen zijn voor de beweging, ook door mijn bijdrage aan het verspreiden van het gedachtegoed, en dat ik serieus genomen werd.
En natuurlijk is er nog de Positief Gezond-kei. Dat was een idee van Mirjam Beelen, Heidy Amory en mij. Het idee was dat de kei door de provincie zou reizen. Iedere persoon of organisatie die de kei ontving, zou er een Positief Gezonde tekst op zetten en de kei vervolgens weer doorgeven aan iemand anders. Zo zou de kei steeds verder door Limburg reizen en uiteindelijk bij de provincie terechtkomen als symbool van de beweging.
Helaas is de kei uiteindelijk niet bij de provincie teruggekomen. Misschien is 29 oktober een mooie gelegenheid om die cirkel alsnog rond te maken.”
Wat zou je je jongere zelf adviseren?
“Dingen meer loslaten. En breder kijken dan ziekte of klacht. Wat staat er in het spinnenweb? Mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen, dagelijks functioneren. Dat zijn de vragen die ertoe doen. Niet alleen: wat is er mis?
Wat is belangrijk in het leven? Dat gesprek mag veel eerder beginnen.”
Wat is volgens jou in de afgelopen tien jaar veranderd?
“Ik denk dat we veel meer zijn gaan praten over gezondheid als iets dat breder is dan alleen lichamelijke gezondheid. Het gedachtegoed is op steeds meer plekken terechtgekomen. In de zorg, maar ook in het onderwijs, bij gemeenten, in wijken en bij organisaties.
Dat vind ik mooi om te zien. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat het geen methodiek wordt die je alleen maar ‘uitvoert’. Voor mij begint Positieve Gezondheid bij oprecht luisteren naar de ander.”
Welk advies heb je voor de toekomst van Positieve Gezondheid?
“Laat de olievlek verder groeien. Blijf niet stilstaan, maar houd het ook simpel. En laat het geen verdienmodel worden. Natuurlijk is het goed dat organisaties verder bouwen op het gedachtegoed, maar verlies de kern niet uit het oog. Het gaat om de persoon, om mensen anders zien en benaderen. Door het andere gesprek.
Kijk ook naar wat er al is. De Gezonde Basisschool van de Toekomst is daar een mooi voorbeeld van. Positieve Gezondheid aanhaken op iets wat al bestaat en al werkt, is sterker dan iets nieuws uit de grond proberen te krijgen. Limburg heeft al zoveel mooie initiatieven.”
Wat hoop je dat mensen tijdens het jubileumsymposium meenemen?
“Dat ze opnieuw kijken naar de mens tegenover hen. Niet naar het dossier, de diagnose of de beperking, maar naar de persoon. Wat vindt iemand belangrijk? Waar wordt iemand blij van? Waar zit kracht?
Soms kan een klein gesprek al iets in beweging zetten. Daar hoeft niet altijd een groot programma of een nieuwe aanpak achter te zitten.”
Wat hoop je over tien jaar?
“Dat we altijd een uniek en veerkrachtig persoon tegenover ons zien. Hoe slecht het op dat moment ook met iemand gaat, hoe ze zich ook voelen: ze blijven uniek. Ze zijn zoveel meer dan hun ziekte of klacht. Als dat de manier wordt waarop we naar mensen kijken, heeft Positieve Gezondheid zijn werk gedaan.”
“Uiteindelijk gaat Positieve Gezondheid voor mij over anders kijken. Kijk, luister en zie dat iemand zoveel meer is dan ziekte of klacht. Je hebt altijd een uniek en veerkrachtig persoon tegenover je. Als we dat blijven zien, blijft de beweging in beweging.”
Over Lia Defauwes-Ferfers
Lia Defauwes-Ferfers startte in oktober 2018 als projectassistente bij het Actiecentrum Limburg Positief Gezond, te werk gesteld via de Participatiewet. Als spin in het web verbond zij de provincie, de kernpartners en het brede veld met elkaar en droeg zij bij aan de organisatie van de inspiratiesessies waarmee het gedachtegoed door heel Limburg werd verspreid.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen we de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met Bert Hesdahl, strategisch beleidsadviseur bij GGD Zuid Limburg en samen met Nicole Bosman van de GGD Limburg-Noord een van de eersten die vanuit de provincie het Actiecentrum Positieve Gezondheid mede vorm gaf.

Als je wil begrijpen hoe Positieve Gezondheid in Limburg is begonnen, moet je verder teruggaan dan de beweging zelf. Bert Hesdahl was erbij toen het allemaal nog moest worden uitgevonden: geen naam, geen structuur, geen materiaal, maar wel een provinciale sociale agenda die om een invulling vroeg, een bestuurder die iets anders wilde doen, en een nieuw gedachtegoed dat precies op het juiste moment opdook. Zes jaar lang zat hij gedetacheerd bij de provincie en werkte hij van binnenuit aan wat uiteindelijk een beweging zou worden.
Hoe is Positieve Gezondheid in Limburg eigenlijk begonnen?
“Er is een voorgeschiedenis die mensen vaak niet kennen. Rond 2006 stelde Provinciale Staten de vraag: hoe komt het dat Limburg zo achterblijft op de rest van Nederland als het gaat om gezondheid? Maria Jansen, collega van mij en hoogleraar publieke gezondheid aan de Universiteit Maastricht, heeft daar onderzoek naar gedaan. Dat resulteerde in het rapport de Limburg Factor. Dat rapport gaf antwoorden op die gezondheidsachterstanden en legde de basis voor een provinciale sociale agenda: we willen die achterstanden verminderen.
Tegelijk was Machteld Huber net gepromoveerd in Maastricht en ging ze het land door met haar verhaal. In Limburg-Noord waren haar ideeën al bekend, want in de Noordelijke Maasvallei was dit gedachtegoed als geland. Nicole Bosman was hier vanuit de GGD Limburg-Noord vanaf het begin bij betrokken. Zo raakten beide GGD’en al vroeg betrokken bij waar Machteld mee bezig was.
Wanneer Wiro Gruisen haar introduceerde bij de provincie, bij gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen, viel alles samen. Die sociale agenda zocht naar een richting. En Positieve Gezondheid gaf precies het antwoord: niet wijzen op wat mensen niet kunnen, maar kijken naar wat er mogelijk is. Marleen zei meteen: dit is het, dit willen we doen.”
En toen werd het actiecentrum opgericht?
“Dat idee kwam van Peter Boonen, die ook een heel belangrijke rol heeft gespeeld in dit verhaal. Hij zei: een abstract begrip als Positieve Gezondheid moet je materialiseren. Er moet een telefoonnummer aan gekoppeld zijn. Als iemand iets wil met Positieve Gezondheid, moet degene een telefoonnummer bij de Provincie kunnen bellen met zijn/haar vraag en dan moet er iets mee gebeuren. Met andere woorden er moet een club mensen zijn die daarmee aan de slag gaat.
Dat werd het Actiecentrum Limburg Positief Gezond: een werkgroepje van mensen van de Provincie, GGD Zuid-Limburg, GGD Limburg-Noord, Burgerkracht Limburg (voorheen Huis voor de Zorg), Institute for Positive Health (iPH). Nicole en ik zaten er vanaf het begin bij. We kwamen elke maandag bij elkaar en bedachten wat we gingen doen. Alles lag open. Het Institute for Positive Health was in oprichting, er was geen materiaal, geen handleiding, wel veel ideeën Puur pionieren.
Machteld heeft toen Mieke Rijnen ingehuurd, en samen hebben zij een plan geschreven voor drie keer drie jaar. Wat ook bijzonder was aan dat plan: de Provincie was gewend te werken met resultaatverplichtingen en meetbare doelen. Machteld zei: ik werk niet naar een vastomlijnd resultaat. De route is het resultaat. Dat was voor de Provincie heel ongebruikelijk, maar ze hebben dat aangedurfd. Er werd een flink bedrag beschikbaar gesteld voor vier jaar.”
Wat deden jullie concreet in die beginfase?
“We organiseerden elke maand inspiratiesessies: in Maastricht, Roermond en Venlo, dus drie keer per maand gingen we de boer op met hetzelfde team. Dat waren druk bezochte avonden. In het begin een clubje van dertig of veertig mensen, maar dat groeide snel.
Iedereen mocht komen. We stonden niet aan de deur van wie ben jij dan. Het was geen verplichting maar een uitnodiging: voel je je geïnspireerd en geraakt, kom dan bij ons aankloppen. Zo bouwden we langzaam een vaste kern op van mensen die het gedachtegoed wilden uitdragen.
We bedachten de thema’s in het Actiecentrum, iedere organisatie deed mee, maar Nicole en ik waren wel de verbindende schakel vanuit de Provincie naar de buitenwereld. We hebben in die periode nooit zoveel overgewerkt. Maar het was ook leuk, omdat alles nog mogelijk was. We maakten enorme spandoeken, organiseerden een groot congres in Roermond, ontwikkelden workshops. En we nodigden regelmatig Statenleden uit om te laten zien wat we gedaan hadden, want de subsidie moest ook verantwoord worden. We nodigden de gouverneur uit bij een werkbezoek in De Baersdonck, een instelling voor begeleid wonen die dat vanuit Positieve Gezondheid deed. Nicole had hier goede contacten.
Hoe verliep de samenwerking met Machteld en het IPH?
“Dat was soms pittig. We wilden duizenden mensen in Limburg trainen. De driedaagse basistraining van iPH was daarvoor niet schaalbaar genoeg. Dus we gingen zelf een blended variant ontwikkelen, met e-learning en een dagdeel samen. Esther Bloemen heeft daar een fantastisch product van gemaakt.
Maar dat gaf soms wel enige wrijving, want IPH wilde de zeggenschap over het concept bewaken. Begrijpelijk, maar voor een Provincie niet altijd handig. Machteld was soms terughoudend over wie wat mocht doen met Positieve Gezondheid. Ik begrijp dat, want ze had het bedacht en wilde de kern ervan beschermen. Maar wij hadden zoiets van: we hebben hier publiek geld in gestoken, we hebben van alles ontwikkeld, en dat willen we zo breed mogelijk ter beschikking stellen. Dat is ook gebeurd.
Is de gezondheidsachterstand in Limburg inmiddels ingelopen?
“Dat is heel lastig te zeggen. De gezondheid in Zuid-Limburg wordt in het algemeen steeds beter, maar dat geldt ook voor de rest van Nederland. De achterstand heb je pas ingehaald als je sneller stijgt dan het landelijk gemiddelde. En dat is nog niet aantoonbaar het geval.
Wat ik wel zie, is dat Positieve Gezondheid een grote rol heeft gespeeld in hoe professionals zijn gaan denken. Maar of dat zich vertaalt naar meetbare gezondheidswinst op bevolkingsniveau? Dat duurt twintig, dertig jaar. En ondertussen spelen er zoveel andere factoren mee: corona, vapen onder jongeren, mentale problemen, gezonde leefomgeving. Dat kun je niet op één noemer leggen.
Mijn eigen kritische reflectie is dat Positieve Gezondheid lang te veel vanuit de individuele professional-patiëntrelatie is blijven redeneren. Terwijl ik geloof dat gezondheid collectief genormaliseerd moet worden. Niet: jij hebt een probleem en wij hebben een interventie voor jou. Maar: hoe zorg je dat gezond leven voor iedereen vanzelfsprekend is, en dat de context waarin mensen functioneren daar automatisch aan bijdraagt? Dat vraagt een andere aanpak, op wijkniveau, op schoolniveau, voor iedereen tegelijk. Inmiddels zie ik dat dit met Positieve Gezondheid in woon- en leefomgeving is ‘rechtgetrokken’.”
Wat is je het meest bijgebleven?
“Die begintijd. Alles lag open. We dachten na over vragen als: wat betekent een positief gezonde provincie eigenlijk? Hoe geef je dat concreet vorm? Dat was intellectueel en praktisch heel stimulerend.
En wat ik mooi vond: op een gegeven moment hoorde ik vanuit andere clusters binnen de provincie ook over Positieve Gezondheid praten. Dat had ik niet verwacht van zo’n verkokerde ambtelijke organisatie. Dan denk je: er is echt iets doorgedrongen.
Daarnaast is het e-learning traject zeer succesvol geweest en hebben we veel professionals het gedachtegoed bijgebracht op een innovatieve manier. Daar krijgt Esther Bloemen van Hogeschool Zuyd de complimenten voor.”
Wat wens je de beweging toe voor de toekomst?
“De beweging hoeft geen producten te leveren, maar moet wel aantonen dat ze recht van bestaan heeft en iets betekent voor de partijen die erbij zijn aangesloten. Dat is een lastige balans.
En het begrip zelf: dat moet je steeds opnieuw laden met de actualiteit. Niet blijven hangen in de zes dimensies of het spinnenweb, maar kijken naar wat er nu speelt. Vapen, mentale gezondheid bij jongeren, de rol van technologie, wat ik al eerder zei. Als je dat niet doet, verdwijnt het begrip. Maar het gedachtegoed, de brede kijk op mensen en de overtuiging dat je vanuit mogelijkheden moet denken in plaats van beperkingen, dat blijft. En misschien heeft Positieve Gezondheid zijn waarde al bewezen als dat gedachtegoed gewoon gemeengoed is geworden, ook zonder dat de naam nog in elke beleidsnota staat.”
Over Bert Hesdahl
Bert Hesdahl (1961) heeft een lange geschiedenis in de publieke gezondheid. Afgestuurd als socioloog werkte hij bij de Netherlands School of Public Health and Occupational (NSPOH), zijn introductie in de volksgezondheid. De praktijk van de publieke gezondheid leerde hij bij de GGD Amsterdam kennen. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de GGD Zuid-Limburg. Via een collega kwam hij in contact met het concept positieve gezondheid. Machteld promoveerde en de GGD was geïnteresseerd in de toepassing van dit nieuwe concept. De Provincie Limburg wilde de eerste positief gezonde provincie worden. Gedetacheerd bij de Provincie heeft de heeft Bert Hesdahl dit mede vorm aangegevenVoor de GGD heeft hij het spinnenweb positieve gezondheid omgekat naar een wijkmodel positieve gezondheid, waarbij vooral naar omgevingsfactoren, sociale verbinding en veerkracht van de wijk wordt gekeken. Dit model is een data-model, maar bedoeld om het gesprek over de wijk met burgers te starten.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met Renaldo Secchi. Al ruim tien jaar is Renaldo Secchi betrokken bij de ontwikkeling van Positieve Gezondheid in Limburg. Vanuit zijn rol bij het Maastricht UMC+ zag hij van dichtbij hoe het gedachtegoed zich ontwikkelde van een vernieuwend concept tot een steeds vanzelfsprekender onderdeel van de zorg. Zijn verhaal laat zien dat echte verandering tijd kost, maar ook hoeveel impact een brede kijk op gezondheid kan hebben.

Renaldo raakte rond vanaf het begin betrokken bij het toenmalige Actiecentrum Positieve Gezondheid. Vanuit een programma binnen het MUMC+ over toekomstbestendige zorg genaamd Visie op Zorg kwam hij in contact met Machteld Huber en het Institute for Positive Health. Wat begon met het organiseren van een presentatie groeide uit tot een actieve rol binnen het actiecentrum.
Binnen het MUMC+ was Renaldo verantwoordelijk voor een programma gericht op de toekomst van de zorg. In het actiecentrum zag hij zichzelf vooral als pionier en verbinder. Enerzijds bracht hij kennis en ervaringen vanuit het academisch ziekenhuis mee, anderzijds vertaalde hij de ideeën uit het actiecentrum naar de praktijk binnen zijn eigen organisatie.
Hij hielp mee om Positieve Gezondheid zichtbaar te maken binnen het ziekenhuis en stimuleerde gesprekken over een bredere kijk op gezondheid, zelfmanagement en eigen regie. En gaf trainingen voor paramedici en arts assistenten, intervisiebijeenkomsten voor paramedici en gastlessen voor studenten verpleegkunde.
Renaldo noemt verschillende organisaties en mensen die een belangrijke rol speelden in de beginjaren. Daarbij denkt hij onder meer aan:
Juist de samenwerking tussen zorg, welzijn, overheid en inwoners maakte volgens hem het verschil. Het leerde hem om niet alleen vanuit de zorgketen te denken, maar vanuit het leven van mensen.
Het meest trots is Renaldo op het feit dat de brede kijk op gezondheid inmiddels stevig is verankerd binnen het MUMC+.
“We kijken veel verder dan behandeling en ziekte alleen. We kijken steeds meer naar de mens achter de patiënt.”
Volgens hem heeft Positieve Gezondheid geholpen om menselijkheid terug te brengen in de zorg. Zorgverleners kijken niet alleen naar een aandoening, maar ook naar wat voor iemand belangrijk is in het dagelijks leven.
Daarnaast kijkt hij met veel voldoening terug op de gesprekken en bijeenkomsten die vanuit Positieve Gezondheid ontstonden. Daarin kwamen mensen vaak verrassend snel tot de kern van wat er werkelijk toe deed. Inmiddels is er een programma “Preventie en Vitaliteit” waar Positieve Gezondheid” een essentiële bijdrage aan heeft geleverd bij het ontstaan hiervan.
Renaldo hoeft daar niet lang over na te denken.
“Blijf goed voor jezelf zorgen. Geloof niet alles wat je denkt. Blijf in jezelf geloven en vertrouw erop dat alles goed komt.”
Hij zou zijn jongere zelf ook adviseren om gezondheid altijd breed te bekijken: niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal, sociaal en op het gebied van zingeving.
Kijkend naar de ontwikkeling van Positieve Gezondheid zou hij zichzelf bovendien meegeven om nog meer te vertrouwen op de kracht van kleine stappen.
“Alles heeft een lange adem nodig. Kleine stapjes leiden uiteindelijk ook tot grote veranderingen.”
Volgens Renaldo ligt het grootste succes in het moment waarop Positieve Gezondheid geen aparte beweging meer hoeft te zijn.
Zijn wens is dat de principes van Positieve Gezondheid volledig verweven raken met zorg, onderwijs en preventie. Niet als methode of project, maar als vanzelfsprekend uitgangspunt.
Daarnaast ziet hij een belangrijke rol voor de beweging Limburg Positief Gezond als ontmoetingsplaats en kenniscentrum waar ervaringen, onderzoek en initiatieven samenkomen en verder worden gebracht.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit interview spreken we met Esther Stoffers, die vanaf het allereerste begin betrokken was bij Positieve Gezondheid in Limburg en de beweging jarenlang van binnenuit heeft meegebouwd.

Esther Stoffers was erbij toen alles nog moest beginnen. Vanuit Huis voor de Zorg, de voorloper van Burgerkracht Limburg, maakte zij deel uit van de groep die samen met de provincie Limburg en andere partners werkte aan de opzet van het eerste actiecentrum. Het begon met een inspirerend verhaal dat via een directeur de organisatie binnenrolde, en dat uiteindelijk heel Limburg in beweging zou zetten.
Hoe ben je bij Positieve Gezondheid terechtgekomen?
“Dat was echt aan het begin. Onze toenmalige directeur, Jo Maes, had het mooie verhaal van Machteld Huber gehoord en was er volledig door geïnspireerd. Hij zei: dit past heel erg goed bij Huis voor de Zorg, hier moeten we mee aan de slag.
Vanuit daar zijn we naar inspiratiebijeenkomsten gegaan, en via Huis voor de Zorg is het ook doorgespeeld naar de provincie. En die waren ook al meteen enthousiast. Zo zijn we eigenlijk begonnen: samen met de provincie, samen met Machteld en Mieke, kijkend van hoe we dit in Limburg van de grond konden krijgen. Het heette in het begin nog geen beweging, maar een platform, of eigenlijk een werkgroep. Dat werd later het actiecentrum.”
Wat was jouw rol daarin?
“Aanvankelijk was Huis voor de Zorg gewoon deelnemer, vanuit het burger en cliëntenperspectief. Dat moesten we vooral naar voren brengen.
Maar algauw zijn we ook zelf dingen gaan ontwikkelen. We hebben binnen het Huis voor de Zorg de workshop “Positieve Gezondheid en IK Positief Gezond” opgezet. Die hebben we zelfs even laten checken bij Machteld, van: is dit wel in de lijn? En we organiseerden inspiratiesessies, faciliteerden bijeenkomsten, zorgden voor de verbinding met burgers, verenigingen en cliëntenraden. Op een gegeven moment hebben we de beweging Limburg Positief Gezond gehuisvest en heb ik ook een tijdlang de rol van waarnemend coördinator van de beweging vervuld.”
Wie waren de belangrijkste samenwerkingspartners?
“Machteld Huber en Mieke Reynen waren van het begin af aan essentieel. Daarna sloten al snel de GGD Zuid Limburg, Universiteit Maastricht, Netwerk Noordelijke Maasvallei en allerlei andere organisaties aan. Je had kernpartners die echt in het kernteam zaten, en een brede ring van partners daaromheen die steeds groter werd.
En dan was er Peter Boonen, vanuit de provincie. Hij was degene die het actiecentrum bestuurlijk mogelijk maakte, die de opdracht gaf, die contact onderhield en die ook de vertaling maakte van het politieke niveau naar de daadwerkelijke uitvoering. Een sterke aanhanger, en ook een sturende kracht.”
Waar ben je het meest trots op?
“Op het feit dat het niet bij plannen en ambities is gebleven. We hebben echt concrete dingen gedaan, ook al was het soms zoeken wat het resultaat precies was. Met die inspiratiesessies bereikten we heel veel mensen, bij organisaties groot en klein, bij scholen, verenigingen. En de workshop “Positieve Gezondheid en IK Positief Gezond” sloeg aan. Je kreeg altijd hele positieve reacties terug.
Ik ben ook trots op de rol die het Huis voor de Zorg en later Burgerkracht Limburg hebben gespeeld als kartrekker van het burgerperspectief. Dat paste gewoon bij onze core business. En ik denk dat dat precies de reden was waarom het zo goed werkte: het sloot aan bij wie je bent.
En dan is er nog iets wat ik achteraf misschien te weinig heb gewaardeerd: de corona-challenges. Tijdens de coronaperiode hebben we intern elke week een dimensie van Positieve Gezondheid centraal gesteld, met een vraagje, een quizje, of een opdracht: hoe geef jij zin aan je leven in deze tijd? We waren soms een beetje teleurgesteld dat niet iedereen massaal reageerde. Maar later hoorden we dat mensen het heel prettig hadden gevonden, dat ze in stilte ermee aan de slag waren gegaan en dat het iets had gezaaid. Dat is precies het punt: impact is niet altijd zichtbaar in directe resultaten. Impact heeft tijd nodig”
Wat zou je je jongere zelf adviseren?
“Meebewegen met de flow, laat ik het zo zeggen. Niet te hoge verwachtingen hebben van de snelheid. Ik zag soms dat bedrijven of gemeenten wel zeiden dat ze ermee bezig waren, maar dat er in de praktijk weinig veranderde. Dan denk je: waarom gaan mensen nou niet mee? Maar dat heeft gewoon tijd nodig.
En de andere kant: ik zou bepaalde dingen beter hebben vastgelegd. We hadden bijvoorbeeld prachtige filmpjes gemaakt. Die lagen er gewoon, maar we hebben er uiteindelijk te weinig mee gedaan. Op een gegeven moment was het enthousiasme bij de directeur groot en kon je er overal mee aankomen, maar daarna raakte het beperkt tot een klein groepje. Als we dat aan het begin beter hadden verankerd in de organisatie, hadden die initiatieven langer geleefd.”
Welk advies heb je voor de toekomst van Positieve Gezondheid?
“Houd het zuiver. Ik zie dat het inmiddels overal terugkomt: in HR-beleid, in vitaliteitsplatformen, in behandeling en begeleiding. Prachtig. Maar ik zie ook dat er varianten zijn ontstaan: de één werkt met zeven dimensies, de ander met vijf. En dan vraag ik me af: waar heb je het dan over? Positieve Gezondheid zijn die zes dimensies.
En verder kijken dan klachten en diagnoses. Dat blijft de kern. In de GGZ zie je die beweging gelukkig ook, transdiagnostisch werken: niet vanuit de klacht, maar veel breder kijken naar wat iemand nog wél kan. Dat sluit heel goed aan. Maar het vraagt blijvende aandacht, want de neiging om toch weer terug te vallen op diagnoses en hokjes is groot.
Positieve Gezondheid moet geen modewoord worden. Het moet een blijvende manier van denken en handelen zijn. En als de gedachte erachter beklijft, ook al weet niet iedereen meer precies hoe het spinnenweb werkt, dan is er al een gigantische stap gezet.”
Over Esther Stoffers
Esther Stoffers was vanaf de oprichting betrokken bij Positieve Gezondheid in Limburg, vanuit Huis voor de Zorg en later Burgerkracht Limburg. Ze organiseerde inspiratiesessies en workshops, bracht het burgerperspectief in binnen het actiecentrum en vervulde tijdelijk de rol van waarnemend coördinator van de beweging. Inmiddels werkt ze als programmaleider Innovatie & Ontwikkeling bij MET ggz, waar ze de principes van eigen regie en veerkracht op haar eigen manier blijft toepassen.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit 4e interview spreken we met Wiro Gruisen, manager regioregie bij CZ en een van de mensen die Positieve Gezondheid naar Limburg haalde.
„Het mooiste wat ik heb meegemaakt? Dat het gewoon werkte. In de praktijk, bij mensen aan tafel.”

Tien jaar geleden legde CZ samen met de Provincie Limburg de basis voor wat zou uitgroeien tot een provinciebrede beweging. Wiro Gruisen, manager regioregie bij CZ en een van de drijvende krachten achter regionale samenwerking aan toekomstbestendige zorg in Zuid-Limburg, was erbij van het allereerste begin. We spreken hem over het ontstaan van de samenwerking, de lessen onderweg en zijn blik op de toekomst.
Hoe ben jij in contact gekomen met Positieve Gezondheid?
„Ik moet een stapje eerder beginnen. Bij CZ waren we al vanaf 2012 bezig met wat we ‘Regioregie’ noemden. Het idee was simpel: als grote zorgverzekeraar moet je aan de voorkant juist kleiner worden, dichter bij de regio. De klassieke inkooprol schiet tekort voor de problemen die in de zorg op ons afkomen en daarom kozen we ervoor aan dte tafel gaan zitten met partijen in de regio die samen belang hebben bij een toekomstbestendig zorgsysteem.
We bestudeerden internationale literatuur en kwamen onder meer uit bij het concept van de Triple Aim: betere gezondheid voor een afgebakende populatie, betere kwaliteit van zorg én lagere kosten. Dat was best spannend intern, want een zorgverzekeraar was gewend vooral te sturen op kosten. Zeggen dat gezondheid, naast kwaliteit en betaalbaarheid ook een doelstelling is, was geen gesneden koek.
In 2015 las ik in de NRC een interview met Machteld Huber. Ik zie het nog voor me: een mooie foto met een rode paraplu. Haar boodschap was helder: gezondheid moet je breed opvatten, en als je goed werkt aan gezondheid, dan pakt dat ook gunstig uit voor de zorg. Dat was precies het verhaal dat ik nodig had. Ik heb contact opgenomen en gevraagd of we in Zuid-Limburg konden samenwerken. Zo is het begonnen.”
Dat klinkt eenvoudig, maar er waren ook drempels?
„VGZ bleek al eerder contact met haar te hebben gelegd. Op initiatief van Wim van der Meeren, de toenmalige bestuursvoorzitter van CZ, zijn de vier grote zorgverzekeraars landelijk overeengekomen om het Instituut voor Positieve Gezondheid van Machteld als startup te ondersteunen. Gelukkig waren de vier het erover eens dat het niet in het belang van de branche is om op dit onderdeel met elkaar te concurreren. Dat heeft IPH de wind in de zeilen gegeven.
Daarna konden we het gedachtegoed in de praktijk brengen in de proeftuinen die we inmiddels hadden in de Mijnstreek. Van het één kwam het ander. Door Machteld naar Limburg te halen, kon ik haar ook introduceren bij de provincie, bij Marleen van Rijnsbergen. Ik weet nog precies dat ze veel te laat was door verkeer. Maar wat volgde, was mooi: de provincie pakte het op, investeerde erin en zo groeide het uit tot iets veel groters.”
Wat heeft jou het meest verrast in hoe het is gegroeid?
„Dat het zo snel in de praktijk landde. De huisartsen in Oostelijk Zuid-Limburg waren er heel snel bij. Ze hebben collectief besloten om ermee te werken, lang voordat ‘het andere gesprek’ een landelijk begrip was. Dat huisartsen meer tijd namen voor een consult, dat ze soms ook het spinnenweb gebruikten als instrument om met mensen in gesprek te gaan over wat er echt speelde: dat was al werkelijkheid in Parkstad. En wij hebben dat als CZ ook financieel mogelijk gemaakt, want dat vraagt tijd, en tijd kost geld.
Als ik daar nu op terugkijk, is dat wel het moment waar ik het meest trots op ben. Niet het beleidsverhaal, maar dat het gewoon werkte. In de praktijk, bij mensen aan tafel.”
Waar is het volgens jou nog niet goed gelukt?
„Werkgevers. We hebben nooit, ondanks verschillende pogingen, de werkgevers écht aangehaakt gekregen. Terwijl die er een enorm belang bij hebben: gezonde werknemers, een gezonde samenleving als klant en leverancier. Limburg heeft ook specifieke gezondheidsproblemen die bedrijven raken. Maar ze zijn nooit echt aan tafel gekomen.
Dat is een gemiste kans. Als je de coalitie van het Regioplan Gezond Zuid- Limburg bekijkt, staan er indrukwekkend veel partijen, maar de werkgeverswereld ontbreekt grotendeels. Ik denk dat dit een doelgroep is die je nog moet benaderen, via netwerken die dit gedachtegoed al omarmen.”
Positieve Gezondheid wordt soms als vanzelfsprekend beschouwd. Is dat een risico?
„Ja en nee. Het kan een teken zijn dat het in het DNA van organisaties is gaan zitten, dat professionals in zorg en welzijn intussen onbewust bekwaam genoemd kunnen worden. Dat is eigenlijk het hoogste doel: dat de brede blik zo normaal is geworden dat je hem niet meer hoeft te benoemen.
Maar er komen altijd nieuwe bestuurders, nieuwe mensen. Als het gedachtegoed niet geborgd is in de manier van werken, kun je het ook weer kwijtraken. Het congres, de verhalen die je deelt, de bewustwordingscampagne die nu in de maak is: dat zijn allemaal manieren om te voorkomen dat het verdampt. In Zuid-Limburg is het al best ver geborgd..”
Jij ziet ook een breder maatschappelijk belang van veerkracht?
„Absoluut. Wat we hebben opgebouwd via Positieve Gezondheid, die regionale samenwerking, die veerkrachtige netwerken, heeft zijn waarde al bewezen. Tijdens COVID konden de coalitiepartners in no-time een coronahotel opzetten bij Van der Valk. Limburg liep daarin voorop in het land. Dat kon omdat de coalitiepartners al gewend waren om samen te werken, omdat ze elkaar konden vinden met een paar telefoontjes.
Het zit hem niet in het coronahotel zelf, maar in het systeem eronder, het netwerk. En dat systeem is mede gebouwd op de gedachte van Positieve Gezondheid. Ik denk dat veerkrachtige wijken, veerkrachtige gemeenschappen, nog breder van belang zijn dan alleen voor zorg en gezondheid. Zeker als je kijkt naar alle uitdagingen die op ons afkomen.”
Wat is jouw briljante mislukking?
„Het buurtplatform ‘We Helpen’’ dat we ooit hebben ingezet. Een digitale plek waar mensen hulpvragen konden stellen en anderen konden helpen. Er waren genoeg aanbieders, maar weinig vragers. Vraagverlegenheid, was de belangrijkste reden daarvan. Mensen vertrouwden het niet.
De les is dat je dat vertrouwen niet regelt met een website. Het begint veel kleinschaliger: in een buurt, aan een tafel, met mensen die je uitnodigt en echt naar luistert. Dat is precies wat we nu met de Plus WIJken aanpak in de praktijk brengen. Maar het vraagt geduld. Tijd en geduld om te leren van de ervaringen met innovaties in de praktijk, denk ik, is mede een succesfactor.”
Welk advies geef jij jongere generaties mee?
„Dat interview met Machteld was voor mij persoonlijk ook een eye-opener. Ik stond toch redelijk in een koker van de zorg. Maar het gaat eigenlijk om je hele leven: wat vind jij belangrijk, wat geeft jou betekenis? Dat inzicht had ik wel 20, 30 jaar eerder willen hebben.
Dus ja: probeer die brede kijk zo vroeg mogelijk te ontwikkelen. Niet veronderstellen dat jonge mensen die vanzelf oppikken, maar het expliciet maken, in opleidingen, in onderwijs. Hoe eerder je begint, hoe beter.”
Over Wiro Gruisen
Wiro Gruisen was van 2006 tot 2012 verantwoordelijk voor de afdeling Zorginnovatie bij CZ en daarna voor de ontwikkeling van het regioregie-concept. Als een van de eersten in de zorgverzekeringswereld zag hij de potentie van Positieve Gezondheid voor een bredere regionale samenwerking. Hij bracht Machteld Huber in contact met de Provincie Limburg en legde daarmee mede de basis voor tien jaar Positieve Gezondheid in de provincie. Gruisen gaat binnenkort met pensioen.
Op dinsdag 23 juni organiseerde de Beweging Limburg Positief Gezond het webinar Positieve Gezondheid op de werkvloer.
Tijdens dit webinar presenteert prof. dr. Tim Huijts concrete aanbevelingen uit zijn onderzoek ‘Positive Health at Work’. Hij gaat in op thema’s zoals leiderschap, organisatiecultuur, het voeren van het ‘andere gesprek’ en de rol van normen en waarden binnen organisaties.
Daarnaast delen Limburgse werkgevers praktische en inspirerende voorbeelden van hoe zij Positieve Gezondheid toepassen in hun organisatie.
Tim Huijts is hoogleraar Positive Health at Work aan het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) van de Universiteit Maastricht. In zijn onderzoek richt hij zich op de vraag hoe organisaties medewerkers kunnen ondersteunen om hun potentieel optimaal te benutten, en hoe gezondheid en werk elkaar beïnvloeden.
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit derde interview spreken we met Katrien Pleunis. Vanuit haar werk in de praktijk was zij al vroeg betrokken bij de Beweging via de zogeheten ‘blauwe zorgwijken’ de pilot “Blauwe Zorg in de Wijk”. We spreken haar over de toepassing in het werkveld en wat volgens haar echt werkt.

“Dat begon vanuit Blauwe Zorg in de Wijk. Dat was een samenwerking tussen ZIO, Levanto en Radar, waar ik destijds werkte.
Vanuit die pilot zijn we getraind door Machteld Huber. Samen met collega Cisca van der Meijs zijn we vervolgens zelf trainingen gaan geven aan professionals in die wijken.
Van daaruit ontstond ook de verbinding met de bredere beweging in Limburg.”
Vanuit “Blauwe Zorg in de wijk” werd er gewerkt aan het verbinden van zorg, welzijn en inwoners, waarbij professionals werden ondersteund in het toepassen van Positieve Gezondheid in hun dagelijkse werk. Het ging daarbij niet alleen om scholing, maar ook om het samenwerken, coaching en het anders organiseren van zorg en ondersteuning dichtbij inwoners.
Het was continu een wisselwerking: wat zien we in de praktijk en wat kunnen we meenemen uit de beweging? En andersom: wat werkt daar, dat we weer terug kunnen brengen naar de wijk?”
“Het zat in de eenvoud. We zijn dicht bij de basis gebleven.
In de loop der jaren zag je dat veel partijen hun eigen invulling gingen geven. Wij hebben juist vastgehouden aan het oorspronkelijke concept. Die training zoals we die toen hebben ontwikkeld, staat nog steeds en doet wat het moet doen.”
“Ik werk inmiddels bij een andere organisatie, maar geef nog steeds trainingen in Positieve Gezondheid.
En dat blijft bijzonder. Geen enkele training is hetzelfde. Mensen voelen zich veilig om te delen, er ontstaan mooie gesprekken. Dat maakt het elke keer weer waardevol.”
“Het zit in het gesprek. Wat wij vaak het ‘andere gesprek’ noemen.
Veel professionals denken dat ze het al doen, maar zijn zich er niet altijd bewust van. Tijdens trainingen zie je dat veranderen. Mensen gaan anders luisteren, minder invullen voor een ander.
Die bewustwording maakt het verschil.”
“Geef het tijd en maak het niet te groot.
Het is geen kunstje. Het gaat erom dat je het gewoon gaat doen in je dagelijkse werk. Hou het klein, concreet en toepasbaar.
En zorg dat er mensen zijn die het blijven trekken. Kartrekkers die erin geloven en het gedachtegoed levend houden binnen een organisatie.”
Wat ik al meerdere keren heb gezien, is dat professionals — van begeleiders tot POH’s en andere zorgverleners — wel getraind worden, maar vervolgens onvoldoende weten hoe zij het geleerde daadwerkelijk in de praktijk moeten toepassen; trainen is één ding, maar zonder structurele opvolging, begeleiding en borging in het dagelijks werk beklijft het vaak niet.”
“Blijf het gesprek voeren en hou het simpel.
De kracht zit niet in ingewikkelde modellen, maar in wat er gebeurt tussen mensen. Als je dat vasthoudt, blijft het werken.
Ik ben ervan overtuigd dat als we het samen blijven doen en er de tijd voor nemen, het uiteindelijk uitgroeit tot een gezamenlijke taal die we allemaal gaan spreken.”
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. Hieronder het tweede interview in deze reeks met Marleen van Rijnsbergen, In dit tweede interview spreken we met Marleen van Rijnsbergen, voormalig gedeputeerde van de provincie Limburg en een van de drijvende krachten achter de bestuurlijke verankering van Positieve Gezondheid in Limburg.

Terugkijkend op haar periode als gedeputeerde haalt Marleen van Rijnsbergen een foto tevoorschijn van het allereerste moment: een grote groep mensen, duimen omhoog, geverfd in de kleuren van de zes dimensies van Positieve Gezondheid. “Wiro Gruissen, Marianne Smitsmans, Jo Maes Maes, Machteld Huber, Hans Peter Jung en ikzelf. En dan is er iemand die ontbreekt op die foto maar die ik er meteen bij wil noemen: Peter Boonen. Hij was achter de schermen ontzettend belangrijk, maar je kunt hem helaas niet meer interviewen.”
Welke rol speelde Peter Boonen?
“Machteld Huber en Wiro Gruisen benaderden de provincie met het idee om Limburg de eerste ‘positief gezonde provincie’ te maken. Zij kwamen bij Peter Boonen terecht, en die zag er meteen brood in. Hij legde alle verbindingen met de sociale agenda, waarvan hij eigenlijk ook de geestelijk vader was, ambtelijk dan, en ik bestuurlijk.
Zo is het allemaal in goede banen geleid. Peter heeft er ook voor gezorgd dat het op een goede manier binnen de provinciale organisatie ging landen. Als ik eerlijk ben: was Peter Boonen er niet geweest, waren we ook niet op deze manier begonnen.”
Hoe ontstond de verbinding tussen Positieve Gezondheid en de provinciale agenda?
“We waren met de decentralisatie van de jeugdzorg eigenlijk de laatste sociale taak kwijtgeraakt. Dat baarde ons zorgen: als provincie raak je zo de verbinding met de Limburgse samenleving kwijt. Alles wordt abstract. Daarom was die sociale agenda zo belangrijk, gericht op een aantal grote maatschappelijke opgaven.
Er zijn regio’s in Limburg waar de gezondheid enorm achterblijft. Daar mogen we als provincie niet van wegkijken.
Tegelijk zochten we naar een gemeenschappelijke taal. Of je nu met een ziekenhuis praat, een woningcorporatie of een onderwijsinstelling, ze hebben allemaal hun eigen jargon en hun eigen manier om naar mensen te kijken. En toen kwam Machteld met het spinnenweb. Dat was precies het antwoord op iets waar we naar op zoek waren.”
Hoe verliep die eerste presentatie?
“Peter Boonen had zich flink ingespannen om Machteld naar het provinciehuis te krijgen. De treinen reden die dag niet en er was iets mis met haar auto, dus ze moest een taxi nemen om er op tijd te zijn. Het was een hele gehaaste presentatie.
Maar ik had meteen zoiets van: dit gaan we doen. Want nu komt alles samen. Dit is precies wat ik zoek om de sociale agenda verder te brengen.”
Wie waren de andere samenwerkingspartners in die beginfase?
“De mensen op die foto waren de partners van het eerste uur. We werkten met een benadering die je toen een quattro helix kon noemen, later een quadruple helix geworden: onderwijs, bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, het gezondheidswezen en overheden, gemeenten incluis.
Het uitgangspunt was altijd om het niet vanuit het provinciehuis te doen, maar samen met de samenleving.”
Hoe snel ging het?
“Na een half jaar wisten we al dat we door de eerste fase aan het fietsen waren, want het ging veel sneller dan verwacht. Dat is eigenlijk een ontzettend goed teken: je hebt geen drie jaar nodig om iets te laten landen als het echt aansluit.
Wat hielp, is dat de provincie er achter stond. Dat maakt mensen nieuwsgierig. Maar als er dan ook nog een goed inhoudelijk verhaal achter zit, en dat was hier zo, dan gaat het rollen.
Machteld zei later zelf ook wel: toen de provincie zei ‘wij gaan hiermee aan de slag’, begon het echt te vliegen. Want als provincie hoef je niet elke gemeente apart te bevechten. De vraag komt dan vanzelf.”
Waar ben je het meest trots op?
“Er zijn drie momenten die eruit springen.
Het eerste was toen Peter Boonen bij mij binnenkwam en zei: we hadden drie keer drie jaar afgesproken, maar we moeten misschien al doorstromen naar fase twee. Want dit gaat gewoon hartstikke snel. Dat was een heel mooi teken dat we echt iets hadden geraakt.
Het tweede moment was later, nadat ik mijn periode als gedeputeerde door politieke omstandigheden niet volledig had kunnen afronden. Hans Teunissen nam mijn portefeuille over en belde me op om te zeggen: ‘Marleen, ik had wel in de gaten dat er wat gebeurde, maar het is echt ongelooflijk wat hier allemaal met Positieve Gezondheid is gedaan.’ Op dat moment dacht ik: we hebben echt wel iets moois bereikt, en daar is erkenning voor.
En het derde? Dat jij nu hier zit om mij te interviewen, tien jaar later. Als we tien jaar geleden niet allemaal met die gekleurde duimpjes hadden gestaan, was er misschien ook wel iets gebeurd, maar niet op deze manier.”
Wat zou je je jongere zelf adviseren?
“Dat vind ik altijd een hele moeilijke vraag. En in dit geval denk ik eerlijk gezegd dat het gewoon goed is gegaan zoals het gegaan is. Er was een moment waarop we dit konden doen, er was een klik, er was een gezamenlijk belang. Dan moet je handelen.
Als ik al iets zou aanwijzen: misschien is er soms wat weinig geweest over de toepassing van het model en de resultaten die daaruit kwamen, en wat veel over het model zelf. Maar eigenlijk denk ik dat het een heel succesvol proces is geweest. En daar mogen we trots op zijn.”
Wat adviseer je andere provincies die willen leren van Limburg?
“Zorg dat je de juiste partijen aan tafel hebt, zoals wij in het begin hadden. En neem als provincie de sociale agenda serieus.
Maar beperk het niet tot het sociale domein. Dat is in Limburg ook wel beter gelukt dan elders: als je ergens een weg aanlegt, een natuurgebied inricht of woningbouw ontwikkelt, dan kijk je ook vanuit Positieve Gezondheid. Dat doe je met een heel college, niet alleen met de portefeuillehouder welzijn. En het helpt natuurlijk ook als er ruimte, capaciteit en financiële middelen tegenaan worden gezet.”
Wat wens je de beweging voor de toekomst toe?
“Dat het gemeengoed wordt. Dat mensen beseffen dat het niet alleen gaat om je huis, je knie of je hobby’s, maar om het totaalplaatje. Dat zie ik ook al wel gebeuren, in HR-beleid bijvoorbeeld, waar steeds meer wordt gekeken naar vitaliteit en hoe iemand er als geheel bij zit.
En het mooie is: mensen hoeven niet precies te weten hoe het spinnenweb werkt of hoe het model eruitziet. Als de gedachte erachter beklijft, hebben we al een gigantische stap gezet.
De sleutel blijft aandacht. Laat het thema niet verslappen.”
Wat is voor jou de essentie van Positieve Gezondheid?
“Het biedt een gemeenschappelijke taal. En voor mij was het een middel om Limburg aan tafel te krijgen voor een gesprek over de gezondheid van mensen. Dat had Machteld zelf ook niet zo voorzien. Haar model was oorspronkelijk sterk op de zorg gericht.
Maar het is uiteindelijk de samenleving ingerold. Uit de spreekkamer van de huisarts, de hele provincie in. En dat vind ik mooi.”
Over Marleen van Rijnsbergen
Marleen van Rijnsbergen was van 2015 tot 2018 gedeputeerde van de provincie Limburg, met onder meer de portefeuille sociale agenda. In die rol was zij een van de bestuurlijke initiatiefnemers van de Beweging Limburg Positief Gezond. Ze was nauw betrokken bij het verankeren van Positieve Gezondheid als leidend gedachtegoed binnen de provinciale sociale agenda en de samenwerking met partners uit zorg, welzijn, onderwijs, overheid en bedrijfsleven.