Wiro Gruisen: „Het mooiste wat ik heb meegemaakt? Dat het gewoon werkte. In de praktijk, bij mensen aan tafel.”
De Beweging Limburg Positief Gezond bestaat 10 jaar! Daarom interviewen de mensen van het eerste uur in aanloop naar ons jubileumsymposium ‘T is een kwestie van geduld! op 29 oktober in Maastricht. In dit 4e interview spreken we met Wiro Gruisen, manager regioregie bij CZ en een van de mensen die Positieve Gezondheid naar Limburg haalde.
„Het mooiste wat ik heb meegemaakt? Dat het gewoon werkte. In de praktijk, bij mensen aan tafel.”

Tien jaar geleden legde CZ samen met de Provincie Limburg de basis voor wat zou uitgroeien tot een provinciebrede beweging. Wiro Gruisen, manager regioregie bij CZ en een van de drijvende krachten achter regionale samenwerking aan toekomstbestendige zorg in Zuid-Limburg, was erbij van het allereerste begin. We spreken hem over het ontstaan van de samenwerking, de lessen onderweg en zijn blik op de toekomst.
Hoe ben jij in contact gekomen met Positieve Gezondheid?
„Ik moet een stapje eerder beginnen. Bij CZ waren we al vanaf 2012 bezig met wat we ‘Regioregie’ noemden. Het idee was simpel: als grote zorgverzekeraar moet je aan de voorkant juist kleiner worden, dichter bij de regio. De klassieke inkooprol schiet tekort voor de problemen die in de zorg op ons afkomen en daarom kozen we ervoor aan dte tafel gaan zitten met partijen in de regio die samen belang hebben bij een toekomstbestendig zorgsysteem.
We bestudeerden internationale literatuur en kwamen onder meer uit bij het concept van de Triple Aim: betere gezondheid voor een afgebakende populatie, betere kwaliteit van zorg én lagere kosten. Dat was best spannend intern, want een zorgverzekeraar was gewend vooral te sturen op kosten. Zeggen dat gezondheid, naast kwaliteit en betaalbaarheid ook een doelstelling is, was geen gesneden koek.
In 2015 las ik in de NRC een interview met Machteld Huber. Ik zie het nog voor me: een mooie foto met een rode paraplu. Haar boodschap was helder: gezondheid moet je breed opvatten, en als je goed werkt aan gezondheid, dan pakt dat ook gunstig uit voor de zorg. Dat was precies het verhaal dat ik nodig had. Ik heb contact opgenomen en gevraagd of we in Zuid-Limburg konden samenwerken. Zo is het begonnen.”
Dat klinkt eenvoudig, maar er waren ook drempels?
„VGZ bleek al eerder contact met haar te hebben gelegd. Op initiatief van Wim van der Meeren, de toenmalige bestuursvoorzitter van CZ, zijn de vier grote zorgverzekeraars landelijk overeengekomen om het Instituut voor Positieve Gezondheid van Machteld als startup te ondersteunen. Gelukkig waren de vier het erover eens dat het niet in het belang van de branche is om op dit onderdeel met elkaar te concurreren. Dat heeft IPH de wind in de zeilen gegeven.
Daarna konden we het gedachtegoed in de praktijk brengen in de proeftuinen die we inmiddels hadden in de Mijnstreek. Van het één kwam het ander. Door Machteld naar Limburg te halen, kon ik haar ook introduceren bij de provincie, bij Marleen van Rijnsbergen. Ik weet nog precies dat ze veel te laat was door verkeer. Maar wat volgde, was mooi: de provincie pakte het op, investeerde erin en zo groeide het uit tot iets veel groters.”
Wat heeft jou het meest verrast in hoe het is gegroeid?
„Dat het zo snel in de praktijk landde. De huisartsen in Oostelijk Zuid-Limburg waren er heel snel bij. Ze hebben collectief besloten om ermee te werken, lang voordat ‘het andere gesprek’ een landelijk begrip was. Dat huisartsen meer tijd namen voor een consult, dat ze soms ook het spinnenweb gebruikten als instrument om met mensen in gesprek te gaan over wat er echt speelde: dat was al werkelijkheid in Parkstad. En wij hebben dat als CZ ook financieel mogelijk gemaakt, want dat vraagt tijd, en tijd kost geld.
Als ik daar nu op terugkijk, is dat wel het moment waar ik het meest trots op ben. Niet het beleidsverhaal, maar dat het gewoon werkte. In de praktijk, bij mensen aan tafel.”
Waar is het volgens jou nog niet goed gelukt?
„Werkgevers. We hebben nooit, ondanks verschillende pogingen, de werkgevers écht aangehaakt gekregen. Terwijl die er een enorm belang bij hebben: gezonde werknemers, een gezonde samenleving als klant en leverancier. Limburg heeft ook specifieke gezondheidsproblemen die bedrijven raken. Maar ze zijn nooit echt aan tafel gekomen.
Dat is een gemiste kans. Als je de coalitie van het Regioplan Gezond Zuid- Limburg bekijkt, staan er indrukwekkend veel partijen, maar de werkgeverswereld ontbreekt grotendeels. Ik denk dat dit een doelgroep is die je nog moet benaderen, via netwerken die dit gedachtegoed al omarmen.”
Positieve Gezondheid wordt soms als vanzelfsprekend beschouwd. Is dat een risico?
„Ja en nee. Het kan een teken zijn dat het in het DNA van organisaties is gaan zitten, dat professionals in zorg en welzijn intussen onbewust bekwaam genoemd kunnen worden. Dat is eigenlijk het hoogste doel: dat de brede blik zo normaal is geworden dat je hem niet meer hoeft te benoemen.
Maar er komen altijd nieuwe bestuurders, nieuwe mensen. Als het gedachtegoed niet geborgd is in de manier van werken, kun je het ook weer kwijtraken. Het congres, de verhalen die je deelt, de bewustwordingscampagne die nu in de maak is: dat zijn allemaal manieren om te voorkomen dat het verdampt. In Zuid-Limburg is het al best ver geborgd..”
Jij ziet ook een breder maatschappelijk belang van veerkracht?
„Absoluut. Wat we hebben opgebouwd via Positieve Gezondheid, die regionale samenwerking, die veerkrachtige netwerken, heeft zijn waarde al bewezen. Tijdens COVID konden de coalitiepartners in no-time een coronahotel opzetten bij Van der Valk. Limburg liep daarin voorop in het land. Dat kon omdat de coalitiepartners al gewend waren om samen te werken, omdat ze elkaar konden vinden met een paar telefoontjes.
Het zit hem niet in het coronahotel zelf, maar in het systeem eronder, het netwerk. En dat systeem is mede gebouwd op de gedachte van Positieve Gezondheid. Ik denk dat veerkrachtige wijken, veerkrachtige gemeenschappen, nog breder van belang zijn dan alleen voor zorg en gezondheid. Zeker als je kijkt naar alle uitdagingen die op ons afkomen.”
Wat is jouw briljante mislukking?
„Het buurtplatform ‘We Helpen’’ dat we ooit hebben ingezet. Een digitale plek waar mensen hulpvragen konden stellen en anderen konden helpen. Er waren genoeg aanbieders, maar weinig vragers. Vraagverlegenheid, was de belangrijkste reden daarvan. Mensen vertrouwden het niet.
De les is dat je dat vertrouwen niet regelt met een website. Het begint veel kleinschaliger: in een buurt, aan een tafel, met mensen die je uitnodigt en echt naar luistert. Dat is precies wat we nu met de Plus WIJken aanpak in de praktijk brengen. Maar het vraagt geduld. Tijd en geduld om te leren van de ervaringen met innovaties in de praktijk, denk ik, is mede een succesfactor.”
Welk advies geef jij jongere generaties mee?
„Dat interview met Machteld was voor mij persoonlijk ook een eye-opener. Ik stond toch redelijk in een koker van de zorg. Maar het gaat eigenlijk om je hele leven: wat vind jij belangrijk, wat geeft jou betekenis? Dat inzicht had ik wel 20, 30 jaar eerder willen hebben.
Dus ja: probeer die brede kijk zo vroeg mogelijk te ontwikkelen. Niet veronderstellen dat jonge mensen die vanzelf oppikken, maar het expliciet maken, in opleidingen, in onderwijs. Hoe eerder je begint, hoe beter.”
Over Wiro Gruisen
Wiro Gruisen was van 2006 tot 2012 verantwoordelijk voor de afdeling Zorginnovatie bij CZ en daarna voor de ontwikkeling van het regioregie-concept. Als een van de eersten in de zorgverzekeringswereld zag hij de potentie van Positieve Gezondheid voor een bredere regionale samenwerking. Hij bracht Machteld Huber in contact met de Provincie Limburg en legde daarmee mede de basis voor tien jaar Positieve Gezondheid in de provincie. Gruisen gaat binnenkort met pensioen.