Esther Bloemen: “Het was gedurfd om dit aan te gaan zonder garanties. Maar ze geloofden erin en gingen het gewoon doen.”


Esther Bloemen stapte het actiecentrum binnen via een omweg. Vanuit haar rol als onderzoeker bij Fontys Hogeschool, waar ze werkte aan gezamenlijke besluitvorming in de zorg, herkende ze meteen de verbinding met Positieve Gezondheid. Ze stak haar hand op, rolde erin en zou de beweging jarenlang van binnenuit mee vormgeven, later mede vanuit haar rol als hoofddocent bij Zuyd Hogeschool.

Hoe ben je bij het actiecentrum terechtgekomen?

“Dat zal eind 2015, begin 2016 zijn geweest. De provincie Limburg wilde vanuit de sociale agenda iets doen aan de achterstanden in de regio, maar dan op een andere manier: kijken naar mogelijkheden van mensen, wat wél kan, in plaats van focussen op beperkingen, problemen of onmogelijkheden.. Heel innovatief voor die tijd.

Ik zat toen bij Fontys Hogeschool in het lectoraat Exploring Healthy Behaviour en deed veel rondom gezamenlijke besluitvorming in de zorg. Dus toen de vraag binnenkwam van: wie wil meewerken aan een actiecentrum voor Positieve Gezondheid in Limburg, dacht ik meteen: dit past precies bij waar ik mee bezig ben. Ik woonde ook in Limburg, dus ik voelde me er dubbel bij betrokken.

Zo ben ik erin gestapt, terwijl ik van Positieve Gezondheid zelf nog niet echt een inhoudsdeskundige was. Pas toen ik in het actiecentrum zat, heb ik de training gevolgd. Machteld gaf zelf nog les, op het provinciehuis. Dat was wel heel bijzonder.”

Wat was jouw rol in het actiecentrum?

“In de eerste fase was het plan: drie jaar inspireren, drie jaar implementeren, drie jaar evalueren. Iedere maand organiseerden we een inspiratiesessie ergens in Limburg, van een bibliotheek en maatschappelijke organisatie tot allerlei andere organisaties. We vertelden het verhaal, altijd aangepast aan de context.

Elke sessie had een thema en een duo: een inhoudelijk expert vanuit de plek zelf, en wij vanuit Positieve Gezondheid. Zo deden we een sessie over Positieve Gezondheid binnen een gezin in crisis, met iemand die daar dagelijks mee werkte. Het publiek was heel breed: inwoners, professionals, mensen uit de reïntegratie. Dat was ook de bedoeling: niet alleen de zorg, maar de hele samenleving.”

Wie waren de belangrijkste samenwerkingspartners?

“In het actiecentrum zaten onder andere de GGD, Netwerk Noordelijke Maasvallei, Wonen Limburg, en vanuit onderwijs was ik aanvankelijk de enige. We kwamen om de twee weken bij elkaar op het provinciehuis: twee uur overleg, bespreken hoe de vorige sessie was gegaan, plannen maken voor de volgende, behandelen binnenkomende vragen, updates vanuit de organisaties.

IPH trok in die eerste fase het proces, mede gefinancierd door de provincie. Mieke was daarin heel bepalend, samen met Machteld als inhoudelijk anker.”

Waar ben je het meest trots op?

“Op het feit dat we in die eerste fase ontzettend veel mensen wisten te inspireren, terwijl het gedachtegoed nog zo nieuw was. Mensen werden enthousiast, maar zaten daarna ook wel met de vraag: het klinkt zo mooi en makkelijk, maar hoe doen we dit nu echt?

Precies die vraag leidde tot iets wat ik bijna uniek vind voor deze regio: een groot scholingsbudget waarmee we op grote schaal mensen konden trainen. Niet alleen de basistraining, maar ook een implementatietraining. De slag van willen naar doen is groot, en die scholing gaf daar een echte boost aan.

En dan de blended variant die we ontwikkelden. Ik hoorde van veel professionals: drie dagen uit de praktijk gaan, dat lukt me gewoon niet. Ik heb toen met Machteld overlegd of we een e-learning konden maken. Haar advies: een e-learning alleen is echt niet genoeg. Dus hebben we een blended variant gemaakt: de theorie via e-learning, de toepassing samen verdiepen in twee dagdelen. Die sloeg enorm aan. Laagdrempelig, betaalbaar, en breed inzetbaar in Limburg.”

Hoe kijk je naar de stand van zaken nu?

“We zijn zeker anders gaan kijken naar gezondheid, en dat vind ik mooi. Ik zie het vanuit onderwijs, vanuit studentbegeleiding, medewerkers beleid en in de gemeenten waar ik nu actief ben. Het speelt overal, niet alleen in de zorg.

Wat ik jammer vind, is dat je soms hoort: Positieve Gezondheid is een gepasseerd station, die hype is voorbij. Dan denk ik: dat is echt zonde. Want hoe houden we dit levend? Hoe zorgen we ervoor dat mensen de meerwaarde blijven zien?

En er is nog iets: veel professionals omarmen het gedachtegoed van eigen regie en kijken naar mogelijkheden, maar noemen het niet per se Positieve Gezondheid. Op zich is dat geen probleem, het gaat om het doen. Maar het spinnenweb en de instrumenten die er liggen, waarom zou je die dan niet gebruiken? Daar valt nog winst te halen.”

Welk advies heb je voor de toekomst?

“Onderzoek en doorontwikkeling. Aantonen dat het werkt, hoe  en bij wie. Dat is wat de beweging levend houdt. We hebben in Maastricht de tool Positieve Gezondheid op de Tekentafel ingezet, waarbij burgers en professionals samen in gesprek gingen over herinrichting van een publieke ruimte. Hierbij vertaalden we Positieve Gezondheid naar de leefomgeving. Super waardevol traject waarbij mensen echt met elkaar in gesprek gingen. Maar dan is de vraag: hoe zorg je dat resultaten breed worden gedeeld, waar nodig doorontwikkeld en andere gemeenten inspireren om ermee aan de slag te gaan?

Een tool ontwikkelen is één ding. Maar als die daarna in een la belandt, bereik je niets. Hoe je het levend houdt, resultaten deelt en doorontwikkelt: daar liggen nog echt kansen.”

Is er een trendbreuk gerealiseerd in Limburg?

“In harde cijfers is dat heel lastig te meten. Maar ik denk dat we zeker een trendbreuk hebben gerealiseerd in hoe mensen ermee bekend zijn, en in hoe professionals naar gezondheid zijn gaan kijken. Ze noemen het misschien niet altijd Positieve Gezondheid, maar ze kijken wel anders. En dat is al een heel belangrijke stap.

Wat ik tot slot wil zeggen: we mogen trots zijn op het lef dat er destijds was. De provincie is dit aangegaan zonder garanties. Positieve Gezondheid was nog relatief onbekend en wat het zou opleveren, was onduidelijk. Maar ze geloofden erin en gingen het gewoon doen. Dat vind ik mooi. En laten we het nu niet laten liggen, want je bent er eigenlijk nooit. Je moet er energie in blijven steken om steeds een stapje verder te komen.”

Over Esther Bloemen

Esther Bloemen was vanaf de oprichting betrokken bij het actiecentrum Positieve Gezondheid Limburg, eerst vanuit het lectoraat Exploring Healthy Behaviour van Fontys Hogeschool, later ook vanuit het lectoraat Wijkgerichte zorg van Zuyd Hogeschool. Ze speelde een centrale rol in de ontwikkeling en uitrol van de blended scholing en de implementatiecoach training die op grote schaal in Limburg werden ingezet. Ze heeft een boek geschreven over Positieve Gezondheid; Leiderschap met Positieve Gezondheid als kompas en is betrokken bij de ontwikkeling van een meetinstrument gebaseerd op Positieve Gezondheid, de CPHQ2.0. Ook verzorgt ze nog trainingen over Positieve Gezondheid. Inmiddels is ze vanuit haar rol als onderzoeker, ook actief in een aantal gemeenten, zoals de gemeente Maastricht, waar ze Positieve Gezondheid toepast in beleid en praktijk.