Machteld Huber: “Het ging nooit over carrière, maar over iets doen wat er écht toe doet.” 


“Het ging nooit over carrière, maar over iets doen wat er écht toe doet.” 

Tien jaar geleden werd de basis gelegd voor Positieve Gezondheid in Limburg. Wat begon als een nieuw perspectief op gezondheid, groeide uit tot een brede beweging die door alle lagen van de samenleving wordt gedragen. We spreken met de grondlegger van het gedachtegoed Positieve Gezondheid, Machteld Huber, over het ontstaan, de impact en de lessen onderweg. 

Hoe is Positieve Gezondheid in Limburg ontstaan? 

“Het begon eind 2014, na mijn promotie in Maastricht. Mijn onderzoek ging over een nieuwe benadering van gezondheid. Tot mijn verrassing werd dat opgepakt door de media, waaronder een groot artikel in NRC. Dat zorgde voor veel aandacht. 

Via dat artikel kwam ik in contact met mensen uit Limburg. Wiro Gruisen van CZ las het en kwam langs. Na een uitgebreid gesprek zag hij de potentie en heeft dit gedeeld met toenmalig gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen. Vanuit daar ontstond het idee bij de gedeputeerde om van Limburg de eerste ‘Positief Gezonde provincie’ te maken. Ik kreeg de vraag om een plan te schrijven, en zo is het begonnen.” 

Dat plan bestond uit drie fases van elk drie jaar. Uit eerder onderzoek bleek dat je voor een echte transitie tijd nodig hebt: eerst drie jaar aanjagen en veel beweging creëren, daarna het laten landen via de mensen zelf in de praktijk en pas in de laatste fase kan je echt resultaat gaan zien. 

“Alleen kwamen we er al snel achter dat je als buitenstaander Limburgers vooral niet moet vertellen wat ze moeten doen. Het moest van binnenuit komen.” 

Wat was jouw rol in die beginfase? 

“Ik was de inhoudelijke aanjager en vertegenwoordigde het instituut dat ik net had opgericht. Daarnaast Mieke Reijnen, ook van ons instituut, die veel praktische ervaring had en daarmee het proces ondersteunde. We hebben  bewust gekozen voor een aanpak waarin Limburgers vooral zelf het voortouw namen.  

We hebben een Actiecentrum opgezet, geen ‘coördinatiecentrum’. Dat verschil in naam is cruciaal. Het moest geen plek zijn waar plannen bedacht werden, maar waar dingen daadwerkelijk gebeurden. Dat past bij Positieve Gezondheid: het gaat niet om opleggen, maar om wat mensen zelf belangrijk vinden.” 

Wie waren betrokken in die eerste fase? 

“Er sloten snel veel partijen aan, zoals de GGD, Universiteit Maastricht, mensen uit het sociale domein en zorgprofessionals. 

Daarnaast waren er sterke kartrekkers vanuit de Provincie. Die combinatie van inhoud, praktijk en bestuurlijke steun was doorslaggevend. Zonder die drie samen krijg je dit soort bewegingen niet van de grond.” 

Waar ben je het meest trots op? 

“Er zijn twee dingen die eruit springen: 

Het eerste is een persoonlijk moment. Ik zat bij een oudere vrouw thuis en samen vulden we het spinnenweb van Positieve Gezondheid in. Toen ze het resultaat zag, gebeurde er iets: ze kreeg overzicht en rust. En ze kon aangeven waar ze de meeste behoefte aan had en wat haalbaar was. Dat moment waarop iemand zelf weer grip ervaart, daar draait het om. 

Het tweede is dat Positieve Gezondheid politiek overstijgend is gebleken. Ongeacht welke partij aan de macht was, het werd steeds opnieuw omarmd. Dat laat zien dat het geen ideologisch verhaal is, maar iets wat breed als waardevol wordt gezien.” 

Wat maakte dat het in Limburg echt is gaan leven? 

“Het succes zit niet in een model of methode, maar in mensen. In Limburg is het echt van de mensen zelf geworden. Professionals, inwoners en bestuurders: iedereen is het op zijn eigen manier gaan toepassen. 

Je ziet dat het werkt als mensen het vertalen naar hun eigen praktijk. In zorg, onderwijs, gemeenten, maar ook gewoon in wijken. Dat eigenaarschap is essentieel.” 

Wat waren onderweg de grootste uitdagingen? 

“Een beweging als deze schuurt altijd met bestaande systemen. Systemen zijn gericht op controle, op meten, op protocollen. Positieve Gezondheid vraagt iets anders: het gesprek aangaan, ruimte geven, aansluiten bij de behoeftes van mensen. 

Dat botst soms. Professionals moeten anders gaan werken, organisaties moeten anders denken. Dat kost tijd en vraagt lef. Niet iedereen is daar meteen klaar voor. Maar hier gold ook de wijsheid van Cruijff: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.” 

Hoe zorg je dat het geen ‘project’ blijft, maar een blijvende beweging? 

“Door het niet te institutionaliseren. Zodra je het vastzet in structuren en regels, verlies je de essentie. 

Het moet gaan leven in hoe mensen denken en handelen. Dat betekent dat je continu nieuwe mensen moet proberen te betrekken, verhalen moet blijven delen en ruimte moet houden voor ontwikkeling.” 

Hoe kijk je terug op jouw eigen pad? 

“Ik ben niet zozeer trots, maar vooral dankbaar. Mijn motivatie is altijd geweest om iets te doen wat zinvol is. Het ging nooit over carrière of status of zo. 

Mijn leven is niet altijd makkelijk geweest en ik heb zelf ernstige ziekte meegemaakt. Juist daardoor ben ik gaan zoeken naar wat echt belangrijk is. Mijn kompas is altijd geweest: draagt dit bij aan iets zinvols? 

Achteraf denk ik dat mijn jongere zelf de juiste keuzes heeft gemaakt.” 

Welk advies zou je jongeren willen meegeven? 

“Volg je intuïtie. Dat klinkt abstract, maar je kunt het ontwikkelen, door ernaar te luisteren en erop te reflecteren. 

En leer omgaan met tegenslagen. Frustratie hoort erbij. Het is belangrijk dat je emoties kunt toelaten en verwerken. Dat helpt je om verder te komen. 

Wat ik vaak zie, is dat wanneer mensen stappen zetten richting iets wat echt bij hen past, er beweging ontstaat. Alsof het leven een beetje meewerkt.” 

Wat vraagt de toekomst van Positieve Gezondheid? 

“De basis staat, maar het vraagt blijvende energie. Het zit niet in systemen, maar in mensen die ermee werken. 

De kern is nog steeds hetzelfde als tien jaar geleden: aansluiten bij wat iemand zelf belangrijk vindt en wil, en van daaruit bouwen. Zolang dat centraal blijft staan, blijft de beweging relevant. Ik ben dankbaar!” 

Over Machtreld Huber

Machteld Huber, voormalig huisarts en onderzoeker, is de grondlegger van het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. Ze ontwikkelde haar opvattingen en inzichten op basis van haar ervaringen als patiënt, huisarts en therapeut. Huber kreeg verschillende onderscheidingen voor haar werk.