Bert Hesdahl: Het begrip verdwijnt als je het niet steeds opnieuw laadt. Maar het gedachtegoed, dat blijft.


Als je wil begrijpen hoe Positieve Gezondheid in Limburg is begonnen, moet je verder teruggaan dan de beweging zelf. Bert Hesdahl was erbij toen het allemaal nog moest worden uitgevonden: geen naam, geen structuur, geen materiaal, maar wel een provinciale sociale agenda die om een invulling vroeg, een bestuurder die iets anders wilde doen, en een nieuw gedachtegoed dat precies op het juiste moment opdook. Zes jaar lang zat hij gedetacheerd bij de provincie en werkte hij van binnenuit aan wat uiteindelijk een beweging zou worden.

Hoe is Positieve Gezondheid in Limburg eigenlijk begonnen?

“Er is een voorgeschiedenis die mensen vaak niet kennen. Rond 2006 stelde Provinciale Staten de vraag: hoe komt het dat Limburg zo achterblijft op de rest van Nederland als het gaat om gezondheid? Maria Jansen, collega van mij en hoogleraar publieke gezondheid aan de Universiteit Maastricht, heeft daar onderzoek naar gedaan. Dat resulteerde in het rapport de Limburg Factor. Dat rapport gaf antwoorden op die gezondheidsachterstanden en legde de basis voor een provinciale sociale agenda: we willen die achterstanden verminderen.

Tegelijk was Machteld Huber net gepromoveerd in Maastricht en ging ze het land door met haar verhaal. In Limburg-Noord waren haar ideeën al bekend, want in de Noordelijke Maasvallei was dit gedachtegoed als geland. Nicole Bosman was hier vanuit de GGD Limburg-Noord vanaf het begin bij betrokken. Zo raakten beide GGD’en al vroeg betrokken bij waar Machteld mee bezig was.

Wanneer Wiro Gruisen haar introduceerde bij de provincie, bij gedeputeerde Marleen van Rijnsbergen, viel alles samen. Die sociale agenda zocht naar een richting. En Positieve Gezondheid gaf precies het antwoord: niet wijzen op wat mensen niet kunnen, maar kijken naar wat er mogelijk is. Marleen zei meteen: dit is het, dit willen we doen.”

En toen werd het actiecentrum opgericht?

“Dat idee kwam van Peter Boonen, die ook een heel belangrijke rol heeft gespeeld in dit verhaal. Hij zei: een abstract begrip als Positieve Gezondheid moet je materialiseren. Er moet een telefoonnummer aan gekoppeld zijn. Als iemand iets wil met Positieve Gezondheid, moet degene een telefoonnummer bij de Provincie kunnen bellen met zijn/haar vraag en dan moet er iets mee gebeuren. Met andere woorden er moet een club mensen zijn die daarmee aan de slag gaat.

Dat werd het Actiecentrum Limburg Positief Gezond: een werkgroepje van mensen van de Provincie, GGD Zuid-Limburg, GGD Limburg-Noord, Burgerkracht Limburg (voorheen Huis voor de Zorg), Institute for Positive Health (iPH). Nicole en ik zaten er vanaf het begin bij. We kwamen elke maandag bij elkaar en bedachten wat we gingen doen. Alles lag open. Het Institute for Positive Health was in oprichting, er was geen materiaal, geen handleiding, wel veel ideeën Puur pionieren.

Machteld heeft toen Mieke Rijnen ingehuurd, en samen hebben zij een plan geschreven voor drie keer drie jaar. Wat ook bijzonder was aan dat plan: de Provincie was gewend te werken met resultaatverplichtingen en meetbare doelen. Machteld zei: ik werk niet naar een vastomlijnd resultaat. De route is het resultaat. Dat was voor de Provincie heel ongebruikelijk, maar ze hebben dat  aangedurfd. Er werd een flink bedrag beschikbaar gesteld voor vier jaar.”

Wat deden jullie concreet in die beginfase?

“We organiseerden elke maand inspiratiesessies: in Maastricht, Roermond en Venlo, dus drie keer per maand gingen we de boer op met hetzelfde team. Dat waren druk bezochte avonden. In het begin een clubje van dertig of veertig mensen, maar dat groeide snel.

Iedereen mocht komen. We stonden niet aan de deur van wie ben jij dan. Het was geen verplichting maar een uitnodiging: voel je je geïnspireerd en geraakt, kom dan bij ons aankloppen. Zo bouwden we langzaam een vaste kern op van mensen die het gedachtegoed wilden uitdragen.

We bedachten de thema’s in het Actiecentrum, iedere organisatie deed mee, maar Nicole en ik waren wel de verbindende schakel vanuit de Provincie naar de buitenwereld. We hebben in die periode nooit zoveel overgewerkt. Maar het was ook leuk, omdat alles nog mogelijk was. We maakten enorme spandoeken, organiseerden een groot congres in Roermond, ontwikkelden workshops. En we nodigden regelmatig Statenleden uit om te laten zien wat we gedaan hadden, want de subsidie moest ook verantwoord worden. We nodigden de gouverneur uit bij een werkbezoek in De Baersdonck, een instelling voor begeleid wonen die dat vanuit Positieve Gezondheid deed. Nicole had hier goede contacten.

Hoe verliep de samenwerking met Machteld en het IPH?

“Dat was soms pittig. We wilden duizenden mensen in Limburg trainen. De driedaagse basistraining van iPH was daarvoor niet schaalbaar genoeg. Dus we gingen zelf een blended variant ontwikkelen, met e-learning en een dagdeel samen. Esther Bloemen heeft daar een fantastisch product van gemaakt.

Maar dat gaf soms wel enige wrijving, want IPH wilde de zeggenschap over het concept bewaken. Begrijpelijk, maar voor een Provincie niet altijd handig. Machteld was soms terughoudend over wie wat mocht doen met Positieve Gezondheid. Ik begrijp dat, want ze had het bedacht en wilde de kern ervan beschermen. Maar wij hadden zoiets van: we hebben hier publiek geld in gestoken, we hebben van alles ontwikkeld, en dat willen we zo breed mogelijk ter beschikking stellen.   Dat is ook gebeurd.

Is de gezondheidsachterstand in Limburg inmiddels ingelopen?

“Dat is heel lastig te zeggen. De gezondheid in Zuid-Limburg wordt in het algemeen steeds beter, maar dat geldt ook voor de rest van Nederland. De achterstand heb je pas ingehaald als je sneller stijgt dan het landelijk gemiddelde. En dat is nog niet aantoonbaar het geval.

Wat ik wel zie, is dat Positieve Gezondheid een grote rol heeft gespeeld in hoe professionals zijn gaan denken. Maar of dat zich vertaalt naar meetbare gezondheidswinst op bevolkingsniveau? Dat duurt twintig, dertig jaar. En ondertussen spelen er zoveel andere factoren mee: corona, vapen onder jongeren, mentale problemen, gezonde leefomgeving. Dat kun je niet op één noemer leggen.

Mijn eigen kritische reflectie is dat Positieve Gezondheid lang te veel vanuit de individuele professional-patiëntrelatie is blijven redeneren. Terwijl ik geloof dat gezondheid collectief genormaliseerd moet worden. Niet: jij hebt een probleem en wij hebben een interventie voor jou. Maar: hoe zorg je dat gezond leven voor iedereen vanzelfsprekend is, en dat de context waarin mensen functioneren daar automatisch aan bijdraagt? Dat vraagt een andere aanpak, op wijkniveau, op schoolniveau, voor iedereen tegelijk. Inmiddels zie ik dat dit met Positieve Gezondheid in woon- en leefomgeving is ‘rechtgetrokken’.”

Wat is je het meest bijgebleven?

“Die begintijd. Alles lag open. We dachten na over vragen als: wat betekent een positief gezonde provincie eigenlijk? Hoe geef je dat concreet vorm? Dat was intellectueel en praktisch heel stimulerend.

En wat ik mooi vond: op een gegeven moment hoorde ik vanuit andere clusters binnen de provincie ook over Positieve Gezondheid praten. Dat had ik niet verwacht van zo’n verkokerde ambtelijke organisatie. Dan denk je: er is echt iets doorgedrongen.

Daarnaast is het e-learning traject zeer succesvol geweest en hebben we veel professionals het gedachtegoed bijgebracht op een innovatieve manier. Daar krijgt Esther Bloemen van Hogeschool Zuyd de complimenten voor.”

Wat wens je de beweging toe voor de toekomst?

“De beweging hoeft geen producten te leveren, maar moet wel aantonen dat ze recht van bestaan heeft en iets betekent voor de partijen die erbij zijn aangesloten. Dat is een lastige balans.

En het begrip zelf: dat moet je steeds opnieuw laden met de actualiteit. Niet blijven hangen in de zes dimensies of het spinnenweb, maar kijken naar wat er nu speelt. Vapen, mentale gezondheid bij jongeren, de rol van technologie, wat ik al eerder zei. Als je dat niet doet, verdwijnt het begrip. Maar het gedachtegoed, de brede kijk op mensen en de overtuiging dat je vanuit mogelijkheden moet denken in plaats van beperkingen, dat blijft. En misschien heeft Positieve Gezondheid zijn waarde al bewezen als dat gedachtegoed gewoon gemeengoed is geworden, ook zonder dat de naam nog in elke beleidsnota staat.”

Over Bert Hesdahl

Bert Hesdahl (1961) heeft een lange geschiedenis in de publieke gezondheid. Afgestuurd als socioloog werkte hij bij de Netherlands School of Public Health and Occupational (NSPOH),  zijn introductie in de volksgezondheid. De praktijk van de publieke gezondheid leerde hij bij de GGD Amsterdam kennen. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de GGD Zuid-Limburg. Via een collega kwam hij in contact met het concept positieve gezondheid. Machteld promoveerde en de GGD was geïnteresseerd in de toepassing van dit nieuwe concept. De Provincie Limburg wilde de eerste positief gezonde provincie worden. Gedetacheerd bij de Provincie heeft de heeft Bert Hesdahl dit mede vorm aangegevenVoor de GGD heeft hij het spinnenweb positieve gezondheid omgekat naar een wijkmodel positieve gezondheid, waarbij vooral naar omgevingsfactoren, sociale verbinding en veerkracht van de wijk wordt gekeken. Dit model is een data-model, maar bedoeld om het gesprek over de wijk met burgers te starten.