Neuropsycholoog Anita Kaemingk werd zeer enstig ziek. Ze kreeg door een levensbedreigende endometriumkanker in 2013 te horen: “Je wordt niet meer beter.” In een twintigtal columns schreef ze over allerlei onderwerpen die je kunt ervaren zodra je kanker krijgt; zoals ook onderstaande bijdrage, die was eerder te lezen in Arts en Auto.

Van huisarts veranderen is verrassend simpel. Je vraagt je beoogde nieuwe huisarts: “Heb je plek voor mij?”, doet een intake en belt vervolgens naar je oude huisarts en zegt: “Ik ga weg.” Maar eerlijk gezegd doe ik zoiets niet graag, want ik ben nogal loyaal van aard en dat koester ik. Dat het nu toch gebeurd is, komt doordat ik ziek werd.

Ik heb al bijna dertig jaar dezelfde huisarts. In de begintijd kwam ik elk jaar bij haar voor verwijsbriefjes vanwege de screening op dikkedarmkanker, dat zit bij ons in de familie. Sinds die niet meer nodig zijn, kom ik er nog maar weinig. Een keertje voor een allergische reactie op tonijn en een keer voor knieklachten, zoiets.

“Heb je goed contact met je huisarts?”, vraagt de oncoloog. Hij heeft net uitgelegd hoe het palliatieve traject er wat hem betreft uit gaat zien. Ik start met hormoontherapie en voor een goede werking heb ik een injectie nodig die dehuisarts moet zetten. “Goed, goed…”, begin ik, “ik kom er niet veel, maar verder is het contact wel prima, ja.” Een paar maanden geleden was ik nog bij haar met vreemde klachten als huiduitslag, rode handpalmen en voetzolen, die bovendien erg gevoelig waren, en nog zo wat rarigheid. Na een vluchtig onderzoekje dacht ze dat het een allergische reactie moest zijn op iets onbekends.

Als ze een week later voor me uit loopt naar haar spreekkamer vraagt ze: “Wát is het ook al weer dat je hebt, Lynch syndroom?” Ze heeft de brieven van de oncoloog ontvangen. Onzeker probeer ik te peilen wat ze bedoelt. Er is één arts in de wereld die al dertig jaar weet dat ik het Lynch syndroom heb en dat is zij. Toch? Vroeger werd het HNPCC genoemd, zou ze hierdoor in de war zijn? Tijdens het consult blijft ze wat onderkoeld, terwijl mijn toestand toch in korte tijd vrij dramatisch veranderd is: uitzaaiingen, slechte prognose, geen uitzicht op beter worden. Is ze nu stil omdat mijn klachten deze wending hebben gekregen?

De huisarts van mijn lief belt ons vaste nummer. “Is het goed als ik morgenmiddag even bij jullie langskom op huisbezoek? Ik hoorde van je slechte nieuws en wil graag even bijpraten.” Verrast stem ik in, dat is wel bijzonder attent. Hij vindt het heftig wat we in korte tijd meemaken en wil een vinger aan de pols houden. Of we hem zullen bellen als er iets is.

Er volgt een periode met herstel en achteruitgang, operatie en hoopvol herstel, en dan toch weer achteruitgang. Van mijn huisarts hoor ik al die tijd niets. Nu het menens wordt, overdenk ik haar toegevoegde waarde: afstand, betrokkenheid, communicatie, kennis van zaken. Eigenlijk maakt het allemaal niet meer uit, er zijn blijkbaar dokters voor gezonde mensen en dokters voor zieke mensen.

Ik stuur de huisarts van mijn lief een berichtje: “Heb je plek voor mij?” Hij begrijpt natuurlijk dat ik vraag: heb je plek voor mij zelfs als je weet dat ik ernstig ziek ben, dat er een intensieve periode gaat komen die mogelijk slecht eindigt, dat er kortom veel inzet en tijd van je gevraagd wordt, terwijl je al een heel drukke praktijk hebt? Hij reageert meteen: “Zeker hebben we plek voor jou! Ik bel je straks even.”

Anita Kaemingk vertelt zeer begrijpelijk over de ervaring van het ziek zijn. Voor zorgverleners, patiënten en hun omgeving bundelde ze haar columns. Het 96 pagina’s tellende boekje is voor € 15,- te bestellen via een mail naar hetachterboek@xs4all.nl.